De zaak in het kort
In deze civiele rechtszaak draait het om de aansprakelijkheid van een voormalig voorzitter van een Vereniging van Eigenaars (VvE) voor de wijze waarop hij omging met verzekeringsgelden van de VvE. De VvE eist terugbetaling van deze verzekeringsgelden omdat de voorzitter, hierna genoemd als [gedaagde], deze gelden op zijn eigen rekening heeft laten storten en niet heeft verantwoord waar het geld aan is besteed. [gedaagde] verdedigt zich door te stellen dat hij altijd in het belang van de VvE heeft gehandeld en dat de uitgaven noodzakelijk waren voor spoedreparaties. De rechtbank wordt verzocht om te oordelen over de aansprakelijkheid van [gedaagde] voor bestuurdersaansprakelijkheid en de vraag of hij de VvE financieel heeft benadeeld.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begint met een splitsingsakte uit 1972 waarin een appartementsgebouw wordt gesplitst en de VvE wordt opgericht. [gedaagde], eigenaar van een van de appartementen, is van rechtswege lid van de VvE en was van juni 2014 tot januari 2023 voorzitter van het bestuur. In 2021 ontstaat er schade door lekkage in de gemeenschappelijke standleidingen. [gedaagde] schakelt een aannemersbedrijf in voor spoedreparaties en claimt vervolgens de schade bij de opstalverzekeraar van de VvE.
De verzekeraar keert een bedrag van € 44.750,- uit op een bouwdepot op naam van [gedaagde]. [gedaagde] gebruikt dit geld om de aannemer te betalen, maar legt geen verantwoording af aan de VvE. De VvE vraagt om een verklaring en eist uiteindelijk terugbetaling van het bedrag, stellende dat [gedaagde] de gelden onrechtmatig heeft gebruikt.
[gedaagde] voert verweer door te stellen dat de uitgaven noodzakelijk waren en dat hij in het belang van de VvE heeft gehandeld. Hij geeft aan dat de verzekeringsgelden zijn aangewend voor werkzaamheden die noodzakelijk waren en dat de VvE hiervan heeft geprofiteerd.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld en dat hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het feit dat hij de verzekeringsgelden op zijn eigen rekening heeft laten storten en niet heeft verantwoord waar deze aan zijn besteed, weegt zwaar. De VvE heeft daardoor zeggenschap en inzicht over de besteding van de gelden verloren.
De rechtbank stelt dat [gedaagde] de schade aan de VvE moet vergoeden en veroordeelt hem tot betaling van € 44.750,- plus wettelijke rente. Daarnaast moet hij de proceskosten van de VvE vergoeden, die worden begroot op € 5.794,03.
In reconventie vordert [gedaagde] betaling van een bedrag dat hij zegt uit eigen middelen te hebben voldaan voor de VvE. De rechtbank wijst deze vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. Echter, een klein deel van zijn vordering wordt toegewezen, namelijk de kosten voor een ander bedrijf die [gedaagde] heeft betaald en die de VvE volgens de rechtbank moet vergoeden.
De rechtbank concludeert dat [gedaagde] zijn functie als vrijwillig bestuurslid heeft verwaarloosd door geen zorgvuldige financiële huishouding te waarborgen en veroordeelt zowel [gedaagde] als de VvE in elkaars proceskosten voor de toegewezen vorderingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




