De zaak in het kort
De rechtbank Midden-Nederland heeft een uitspraak gedaan in een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een bewoner van een bungalowpark. De VvE wilde dat de bewoner stopte met de permanente bewoning van haar recreatiewoning, wat volgens de reglementen niet is toegestaan tenzij de gemeente toestemming verleent. De gemeente had geen toestemming gegeven, maar had wel aangegeven voorlopig niet te zullen handhaven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de VvE de belangen van de bewoner onvoldoende heeft meegewogen en dat het optreden van de VvE tegen de permanente bewoning naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van de VvE aan de bewoner, die permanent op een bungalowpark woont. De VvE, gevestigd in [plaats], werd vertegenwoordigd door advocaat mr. D.N. Reijnders. De bewoner, aangeduid als [gedaagde], woonde ook in [plaats] en werd vertegenwoordigd door mr. D.M.R. Janssen. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 september 2025, waarbij beide partijen aanwezig waren met hun vertegenwoordigers.
Het geschil spitste zich toe op de reglementen van de VvE, die permanente bewoning verbieden tenzij de gemeente toestemming verleent. De gemeente had echter geen formele toestemming verleend maar had wel aangegeven voorlopig niet te zullen handhaven vanwege een verwachte wijziging in de regelgeving door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De VvE had juridische bijstand ingeschakeld en een besluit genomen om het verbod op permanente bewoning te handhaven, wat door de kantonrechter werd goedgekeurd. De VvE meende voldoende belang te hebben bij de handhaving van haar reglementen, hoewel de bewoner hiertegen in beroep ging.
De bewoner had haar woning gekocht met de wetenschap dat permanente bewoning formeel niet was toegestaan. Echter, zij vertrouwde op de toezegging van de gemeente dat er niet gehandhaafd zou worden. Bovendien had de beheerder van het terrein haar desgevraagd toestemming gegeven om zich in te schrijven op het adres van de recreatiewoning. De VvE had deze concrete situatie niet besproken of aangepakt, ondanks eerdere algemene uitspraken tegen permanente bewoning.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de VvE in strijd met de redelijkheid en billijkheid handelde door de permanente bewoning van [gedaagde] te willen beëindigen. De VvE had onvoldoende rekening gehouden met de toezegging van de gemeente dat niet gehandhaafd zou worden en met de persoonlijke omstandigheden van de bewoner, die beperkte mogelijkheden had om snel alternatieve huisvesting te vinden. De rechtbank wees erop dat de bewoner al jaren op het park verbleef en dat er geen directe noodzaak was voor een snelle beëindiging van de bewoning.
De rechtbank veroordeelde de VvE tot het betalen van de proceskosten van de bewoner, die werden begroot op € 1.737. Dit bedrag omvatte het griffierecht, het salaris van de advocaat en de nakosten. De vordering van de VvE werd afgewezen en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE de kosten ook moet betalen als er hoger beroep wordt ingesteld.
De rechter maakte duidelijk dat hoewel de permanente bewoning formeel niet is toegestaan, de manier waarop de VvE in deze specifieke zaak had gehandeld, niet acceptabel was. De VvE had de situatie beter moeten afwegen en meer in overleg moeten treden met de bewoner voordat zij overging tot juridische stappen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het in acht nemen van redelijkheid en billijkheid bij het handhaven van reglementen binnen een VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




