De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld over een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een van haar leden, aangeduid als [gedaagde]. De VvE eiste betaling van achterstallige servicekosten en medewerking aan een inspectie van de elektrische installaties voor een collectieve brandverzekering. [gedaagde] had geweigerd de servicekosten te betalen, stellende dat de VvE niet volgens de regels besluiten had genomen en dat de facturen onvoldoende gespecificeerd waren. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de VvE wel degelijk besluiten had genomen en dat [gedaagde] hieraan gebonden is, waardoor hij de servicekosten moet betalen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat [gedaagde] moet meewerken aan de inspectie, gezien de noodzaak voor verzekering.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE van een bedrijfsverzamelcomplex had enige tijd geen functionerend bestuur, maar in maart 2024 werd een nieuw bestuur gekozen. In de daaropvolgende maanden werden besluiten genomen over het aanvullen van het reservefonds en het uitvoeren van dringend onderhoud aan het dak. [gedaagde], eigenaar van meerdere units in het complex en lid van de VvE, was niet aanwezig bij de vergadering waarin deze besluiten werden genomen. Vervolgens weigerde hij de servicekosten voor meerdere jaren te betalen. De VvE stuurde diverse herinneringen en facturen, maar ontving geen betalingen van [gedaagde]. Bovendien weigerde [gedaagde] mee te werken aan een verplichte inspectie van de elektrische installaties, nodig voor de verlenging van de brandverzekering.
De VvE spande een rechtszaak aan en vorderde betaling van de openstaande bedragen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook eiste de VvE dat [gedaagde] zou meewerken aan de inspectie. [gedaagde] verdedigde zich door te stellen dat de besluiten van de VvE niet rechtsgeldig waren genomen en dat de facturen onvoldoende gespecificeerd waren. Hij beweerde ook bereid te zijn mee te werken aan de inspectie, maar dat dit nooit duidelijk was gecommuniceerd door de VvE.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de VvE wel degelijk de benodigde besluiten had genomen. Ondanks enkele procedurele tekortkomingen bij de bijeenroeping van de vergaderingen, waren de besluiten niet nietig, maar slechts vernietigbaar. Omdat [gedaagde] geen verzoek tot vernietiging had ingediend, waren de besluiten bindend. De rechtbank wees de vordering van de VvE tot betaling van de servicekosten toe. Ook de vordering tot medewerking aan de inspectie werd toegewezen, omdat [gedaagde] onvoldoende had aangetoond dat hij vrijwillig zou meewerken. De rechtbank oordeelde dat de weigerachtige houding die hij eerder had getoond, onvoldoende vertrouwen gaf dat hij dit op korte termijn zou doen.
Daarnaast werden de buitengerechtelijke incassokosten goedgekeurd, omdat de VvE voldoende had aangetoond dat deze redelijk waren en voldeden aan de wettelijke eisen. De rechtbank veroordeelde [gedaagde] ook tot het betalen van de proceskosten.
Uiteindelijk heeft de rechtbank de eisen van de VvE grotendeels toegewezen, waaronder de hoofdsom van € 31.282,69 aan achterstallige servicekosten, de inspectieverplichting en de vergoeding van incassokosten. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van VvE-regels en de gevolgen van het niet tijdig betwisten van besluiten, ook al zijn er procedurele gebreken.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




