VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieĆ«n
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieĆ«n
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBMNE:2025:5768 WOZ-waarde woning Utrecht gehandhaafd ondanks bezwaar

by VvERechstpraak.nl
22/11/2025
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

Op 29 oktober 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan over een geschil tussen een eiser en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap. Het betrof de vastgestelde waarde van de woning van de eiser voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ), die door de heffingsambtenaar was bepaald op € 764.000,- voor het belastingjaar 2023. De eiser was het niet eens met deze waardebepaling en had bezwaar gemaakt, wat ongegrond was verklaard. Daarop volgde een beroep bij de rechtbank, waarin de eiser een lagere WOZ-waarde bepleitte.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

Het verloop van het proces en de feiten

De heffingsambtenaar had op 28 februari 2023 de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op basis van de waardepeildatum 1 januari 2022. De woning, een bovenwoning met meerdere bijgebouwen en buitenruimten, was gewaardeerd aan de hand van de vergelijkingsmethode. Hierbij werden de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen gebruikt om de waarde te bepalen. De heffingsambtenaar diende een taxatiematrix in ter onderbouwing, waarin vier vergelijkbare woningen in de omgeving werden genoemd met verkoopprijzen variĆ«rend van € 620.000,- tot € 760.000,-.

De rechtbank besloot dat een zitting niet nodig was en behandelde de zaak schriftelijk. De eiser voerde meerdere gronden aan waarom de WOZ-waarde volgens hem te hoog was vastgesteld. Hij noemde onder meer de gedateerde badkamer, de matige staat van onderhoud, het lage duurzaamheidsniveau, de ligging nabij bedrijvigheid, een recht van overpad, de invloed van de Vereniging van Eigenaars (VVE), het gebruik van nieuwe referentiewoningen in bezwaar, het bouwjaar van de woning en de ligging/etage-effecten.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank heeft de argumenten van de eiser beoordeeld en geconcludeerd dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde voldoende aannemelijk heeft gemaakt met de geleverde taxatiematrix. De referentiewoningen werden als goed vergelijkbaar beschouwd, en de rechtbank oordeelde dat er bij de waardebepaling voldoende rekening was gehouden met verschillen zoals onderhoud en voorzieningen.

Ten aanzien van de gedateerde badkamer, de staat van onderhoud, het duurzaamheidsniveau en de ligging nabij bedrijvigheid, vond de rechtbank dat eiser onvoldoende objectieve gegevens had aangevoerd om zijn bezwaren te onderbouwen. Zo ontbraken er bijvoorbeeld foto’s of andere verifieerbare bewijzen die de staat van de badkamer of het onderhoud konden illustreren. Ook de andere aangevoerde gronden, zoals het recht van overpad, de invloed van de VVE, en het gebruik van nieuwe referentiewoningen, werden door de rechtbank niet als overtuigend beschouwd.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de vastgestelde WOZ-waarde van € 764.000,-. Hierdoor was er geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht. Partijen die het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBMNE:2025:5767 WOZ-waarde appartement Utrecht bevestigd

Next Post

ECLI:NL:RBDHA:2025:21883 VvE verantwoordelijk voor herstelkosten uitbouw

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

01/01/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

31/12/2025
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

27/12/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieĆ«n
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.