De zaak in het kort
De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 augustus 2025 uitspraak gedaan over een omgevingsvergunning voor het project Skylark in Koog aan de Zaan. De vergunning, die oorspronkelijk van rechtswege was verleend, werd herroepen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag in strijd was met het paraplubestemmingsplan voor woningsplitsing en dat de omgevingsvergunning terecht was geweigerd. De eiser, die het niet eens was met deze beslissing, legde een aantal beroepsgronden voor, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 17 augustus 2022 diende de eiser een aanvraag in voor de verbouwing en uitbreiding van het pand Lagendijk 66. Het plan omvatte de transformatie van een horecafunctie naar winkelruimte, uitbreiding van een appartement, splitsing van een bestaande woning in twee appartementen, en de bouw van een nieuwe studio. Daarnaast zou er een volledig nieuwe tweede verdieping worden toegevoegd. Het perceel valt onder het bestemmingsplan Oud Koog – Rooswijk, met specifieke bestemmingen en maatvoeringen.
Op 7 december 2022 werd de omgevingsvergunning van rechtswege verleend door het college, aangezien er niet tijdig op de aanvraag was beslist. Hiertegen maakten tien omwonenden en de Vereniging van Eigenaren (VvE) bezwaar. In het bestreden besluit van 17 mei 2023 werd de vergunning herroepen, en de aanvraag geweigerd op basis van meerdere weigeringsgronden uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), met name in strijd met het parapluplan Woningsplitsing.
De eiser diende op 2 juni 2023 beroep in tegen de weigering en stelde dat de procesrechten tijdens de bezwaarprocedure waren geschonden. Hij vond dat het college misbruik maakte van zijn bevoegdheid door een volledige heroverweging van de aanvraag te doen. Daarnaast stelde de eiser dat enkele bezwaarmakers geen belanghebbenden waren en dat de splitsing van het pand reeds eerder was vergund, wat het college volgens hem had moeten meenemen in de beoordeling.
Tijdens de zitting op 17 juli 2025 werden de standpunten van alle betrokken partijen uitgebreid besproken, waaronder de derde-partijen en de Vereniging van Eigenaren. Het beroep van de eiser vanwege niet-tijdig beslissen werd echter ingetrokken.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de procesrechten van de eiser niet waren geschonden. Het college had zijn standpunt tijdig kenbaar gemaakt, en de eiser had voldoende gelegenheid om hierop te reageren. Het advies van de bezwarencommissie was zorgvuldig tot stand gekomen en kon dus aan de basis van het besluit liggen.
Wat betreft de inhoudelijke gronden, vond de rechtbank dat de aanvraag inderdaad in strijd was met het parapluplan Woningsplitsing. De woning op de eerste verdieping voldeed niet aan de eisen voor splitsing, zoals het vereiste gebruiksoppervlak van 140 m². De door de eiser aangevoerde eerdere vergunning van december 2020 was niet als bestaande situatie opgenomen in de aanvraag, waardoor deze niet in de beoordeling kon worden betrokken.
Daarnaast was er geen bereidheid van het college om af te wijken van het bestemmingsplan, gezien de strijd met de ruimtelijke ordening. De overige beroepsgronden, zoals de overschrijding van de toegestane goothoogte en geluidsnormen, hoefden daarom niet besproken te worden.
Concluderend, verklaarde de rechtbank het beroep van de eiser ongegrond. De omgevingsvergunning bleef geweigerd en er was geen grond voor vergoeding van proceskosten aan de eiser. De eiser heeft de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




