De zaak in het kort
De rechtszaak betreft een geschil tussen de vereniging van eigenaren Tierra Del Sol Master Association (VVE) en [gedaagde], een eigenaresse van een appartementsrecht in Aruba die achterstallig is met haar VVE-bijdragen. De VVE vordert betaling van de openstaande schulden, inclusief rente en incassokosten. De gedaagde erkent een deel van de schulden, maar voert verweer tegen de omvang en toewijzing van de vorderingen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van de VVE, waarin zij betaling eist van achterstallige VVE-bijdragen, rente, en incassokosten van [gedaagde]. Het verloop van de rechtszaak omvatte het indienen van een conclusie van antwoord door [gedaagde], waarin ze erkende dat er een oorspronkelijke hoofdsom verschuldigd was, maar ook wees op reeds gedane betalingen. In de conclusie van repliek erkende de VVE de ontvangst van bepaalde betalingen en wijzigde haar eis op basis van de resterende achterstand.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of [gedaagde] nog steeds een aanzienlijk bedrag verschuldigd was na rekening te houden met haar betalingen en of de VVE gerechtigd was om de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente te eisen. De VVE diende bewijsstukken in om de hoogte van de vorderingen te onderbouwen, terwijl [gedaagde] betwistte dat alle in rekening gebrachte bedragen correct waren en stelde dat sommige vorderingen verjaard waren.
Tijdens het proces is gebleken dat [gedaagde] een aantal betalingen had verricht voor de VVE-bijdragen, maar er bleef nog een openstaand bedrag dat zij niet volledig erkende. De VVE legde conservatoire beslagen op het eigendom van [gedaagde] om de betaling van de openstaande schulden veilig te stellen. De gedaagde betwijfelde de juistheid van de door de VVE verstrekte specificaties en vroeg om een grondige verificatie van de administratie.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van de VVE grotendeels gegrond was. De rechter wees erop dat [gedaagde] in haar conclusie van antwoord zelf de achterstand in betalingen had erkend, wat een gerechtelijke erkenning inhoudt volgens artikel 133 Rv, waardoor zij niet meer kan terugkomen op de erkenning van de hoofdsom. De rechtbank verwierp het verjaringsverweer van [gedaagde], mede omdat zij de verschuldigdheid van de in rekening gebrachte VVE-bijdragen niet voldoende had betwist.
De rechtbank bepaalde dat [gedaagde] een bedrag van USD 17.353,27 aan de VVE verschuldigd was, inclusief vervallen rente. Verder moest [gedaagde] USD 2.346,00 betalen voor de maintenance fee per half jaar voor het jaar 2025. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden deels toegewezen, met een bedrag van Afl. 3.000,00, omdat de rechter vond dat de VVE te lang had gewacht met het inschakelen van juridische middelen, ondanks de aanhoudende betalingsweigering van [gedaagde].
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke rente over de hoofdsom en de incassokosten verschuldigd was vanaf respectievelijk 13 februari 2024 en 14 dagen na het vonnis. [Gedaagde] werd ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief de kosten voor de conservatoire beslagen, hoewel het griffierecht werd verminderd vanwege de gedeeltelijke toewijzing van de incassokosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VVE de uitspraak direct kan afdwingen, ondanks een eventueel hoger beroep.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke communicatie en administratie binnen een VVE, vooral als het gaat om het innen van bijdragen en het onderhouden van een goede relatie met de eigenaren. Het geeft ook aan hoe gerechtelijke erkenning werkt en hoe verjaring kan worden betwist en verworpen in juridische procedures.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



