De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een conflict tussen twee appartementseigenaren, aangeduid als [eiser sub 1] en [eiser sub 2], en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun gebouw. De appartementseigenaren hebben de rechtbank Midden-Nederland verzocht om diverse besluiten van de VvE nietig te verklaren of te vernietigen. De besluiten betreffen onder andere de kosten van een gemeenschappelijke lift, de begroting van 2025, en het verslag van de kascommissie. De eigenaren zijn van mening dat de besluiten in strijd zijn met de splitsingsakte en het Modelreglement 2006, en dat er onduidelijkheden en onjuistheden zijn in de financiële administratie van de VvE.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met het indienen van een verzoekschrift door de appartementseigenaren op 21 november 2024, waarin zij de nietigheid of vernietiging van bepaalde VvE-besluiten vroegen. De VvE, vertegenwoordigd door Delair Vastgoed Beheer B.V., reageerde met een verweerschrift en verzocht de rechtbank om de verzoeken van de eigenaren af te wijzen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juli 2025 werden beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden en kwamen ook andere belanghebbenden aan het woord. De eigenaren hadden hun verzoeken uitgebreid met aanvullende eisen, waaronder het inschakelen van een externe accountant en het verkrijgen van inzage in diverse documenten van de VvE.
De feiten die van belang zijn voor de beoordeling omvatten het eigendom van de appartementsrechten door [eiser sub 1] en [eiser sub 2], de toepassing van het Modelreglement 2006 op de splitsing van het gebouw, en de besluiten van de VvE-vergaderingen die op verschillende data in 2024 en 2025 plaatsvonden. De eigenaren voerden aan dat bepaalde besluiten, zoals die over de extra begroting voor liftkosten en andere uitgaven, onterecht waren goedgekeurd zonder de nodige transparantie en rechtmatigheid.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de kantonrechter in deze zaak bevoegd was om zowel over de nietigheid als de vernietigbaarheid van de besluiten te oordelen. Wat betreft het verzoek om de besluiten van de VvE nietig te verklaren, oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van strijd met de splitsingsakte of het Modelreglement 2006. De besluiten waren volgens de rechtbank met de vereiste meerderheid van stemmen genomen en voldeden aan de geldende reglementen.
Het verzoek om de besluiten over de goedkeuring van de jaarstukken 2024 en de decharge van het bestuur te vernietigen, werd echter wel gehonoreerd. De rechtbank vond dat de kascommissie niet correct was samengesteld na het overlijden van een commissielid, waardoor de wettelijke eisen niet meer werden nageleefd. Hierdoor waren de goedkeuring van de jaarstukken en de decharge niet rechtsgeldig.
De rechtbank wees het verzoek tot het inschakelen van een externe accountant op kosten van de VvE af, evenals het verzoek om bepaalde documenten te overleggen, aangezien deze al beschikbaar waren gesteld of omdat het belang van de eigenaren hierbij onvoldoende was onderbouwd.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
In conclusie, de rechtbank verklaarde de besluiten met betrekking tot het verslag van de kascommissie nietig, maar wees andere verzoeken van de appartementseigenaren af. De uitspraak benadrukt het belang van een correcte procedurele naleving door VvE’s en de noodzaak voor leden om goed geïnformeerd te zijn over hun rechten en verplichtingen binnen de VvE-structuur.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



