De zaak in het kort
In deze juridische kwestie tussen twee voormalige samenwonenden speelt de verdeling van een gezamenlijke woning een centrale rol. De man en de vrouw, die een affectieve relatie hadden en samen een kind hebben, kochten samen een huis en sloten een samenlevingsovereenkomst af. Na hun relatiebreuk bleef de man in de woning wonen. De vrouw eist nu dat de woning getaxeerd wordt en dat de man moet aantonen of hij de woning kan overnemen. Zo niet, dan moet de woning aan een derde worden verkocht. De man verzet zich hiertegen en wil de woning zonder vergoeding aan de vrouw toegewezen krijgen. De rechtbank heeft eerder bepaald dat de woning verdeeld moet worden en aan de man is een termijn gegeven om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen. Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan tegen deze beslissing.
Het verloop van het proces en de feiten
De man en de vrouw begonnen hun relatie in 2005 en kochten een jaar later samen een woning. Na een relatie van zes jaar ging het stel in 2011 uit elkaar. De samenlevingsovereenkomst die zij in 2006 sloten, werd in 2013 ontbonden. De vrouw verliet de woning, terwijl de man er bleef wonen. In de samenlevingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de gemeenschappelijke woning en de verdeling ervan bij het einde van de overeenkomst. De vrouw heeft bij de rechtbank gevorderd dat de woning getaxeerd moet worden en dat de man moet aantonen dat hij de woning kan overnemen. De man daarentegen heeft gevorderd dat de vrouw haar medewerking verleent aan de overdracht van de woning aan hem en zijn partner zonder enige vergoeding.
De rechtbank heeft bepaald dat de woning moet worden verdeeld en gaf de man drie maanden om aan te tonen dat hij de woning kon overnemen. In hoger beroep wil de man dat de woning aan hem wordt toegewezen zonder vergoeding aan de vrouw. Hij vordert tevens een bedrag van de vrouw voor bijzondere uitgaven en kosten die hij voor de woning heeft gemaakt. De vrouw eist dat de man een gebruiksvergoeding betaalt voor het gebruik van de woning vanaf 2020. Het hof behandelt beide hoger beroepen gezamenlijk vanwege hun verwevenheid.
De beslissing van de rechtbank
Het hof beoordeelde de zaak aan de hand van de Haviltex-maatstaf, waarbij de bedoeling van partijen bij het maken van afspraken centraal staat. De man heeft niet bewezen dat de vrouw zou afzien van de overwaarde van de woning. De taxatiewaarde van de woning is vastgesteld op € 300.000, met een overwaarde van € 145.700. De vrouw heeft recht op de helft van deze overwaarde, zijnde € 72.850. Voor de door de man gemaakte kosten en lasten oordeelt het hof dat deze op basis van onderlinge afspraken zijn voldaan en dat er geen verrekening hoeft plaats te vinden. De vermogensaanwas van de spaarverzekering komt aan de man toe.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen recht heeft op een gebruiksvergoeding, aangezien er nooit een beroep is gedaan op het ontvangen ervan en dit in lijn is met de afspraken over de lasten. De investering van de man in de woning is niet voldoende aangetoond, waardoor er geen verplichting bestaat voor de vrouw om bij te dragen aan deze kosten. Het hof bepaalt dat de man drie maanden de tijd heeft om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen. Als hij dit niet kan, moet de woning worden verkocht. De verkoopopbrengst zal gelijkelijk verdeeld worden, na aflossing van de hypothecaire lening.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank, behalve de beslissing omtrent de wijze van verdeling van de woning. Beide partijen moeten hun eigen proceskosten dragen. Deze uitspraak kan ten uitvoer worden gelegd, zelfs als een van de partijen in cassatie gaat bij de Hoge Raad.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




