VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:GHDHA:2025:2401 belastinggeschil over rendement staatsobligaties en gelijkheidsbeginsel

by VvERechstpraak.nl
10/12/2025
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze belastingrechtelijke kwestie behandelt het Gerechtshof Den Haag de zaak van een belanghebbende die bezwaar heeft gemaakt tegen een belastingaanslag over het jaar 2019. Het geschil gaat over de toepassing van het fictieve rendement op buitenlandse staatsobligaties en een aandeel in een vereniging van eigenaars (VvE). De belanghebbende betwist dat het lagere fictieve rendement dat op bank- en spaartegoeden van toepassing is, ook moet gelden voor zijn staatsobligaties en VvE-aandeel. Hij beroept zich hierbij op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat de huidige regeling discrimineert tussen houders van banktegoeden en beleggers in staatsobligaties. De rechtbank en uiteindelijk het hof zijn het daar niet mee eens.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

Het verloop van het proces en de feiten

De zaak begon met een aanslag door de Inspecteur van de Belastingdienst voor het jaar 2019, waarin een belastbaar inkomen uit werk en woning van €16.879 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €88.342 werd vastgesteld. De belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, met name tegen de toegepaste methode voor het berekenen van het inkomen uit sparen en beleggen volgens het Besluit rechtsherstel box 3. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna de belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hoewel de Inspecteur wel werd veroordeeld tot een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De belanghebbende ging hierop in hoger beroep bij het Gerechtshof.

Tijdens de zitting van het hof op 4 september 2025 werden de feiten en argumenten nogmaals besproken. De belanghebbende had in zijn aangifte voor 2019 een hoger daadwerkelijk rendement aangegeven dan het forfaitaire rendement dat door de belastingdienst was gebruikt. Zijn vermogen bestond onder meer uit negatief renderende buitenlandse staatsobligaties en een aandeel in het vermogen van een VvE. De Inspecteur had deze vermogensbestanddelen als “overige bezittingen” aangemerkt en een hoger fictief rendement toegepast dan voor bank- en spaartegoeden.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ongelijke behandeling of willekeur. Het onderscheid tussen de verschillende soorten vermogensbestanddelen was gerechtvaardigd omdat ze onder verschillende wettelijke regels vallen, die van invloed zijn op het risicoprofiel en het rendement. Dit oordeel werd ondersteund door eerdere arresten van de Hoge Raad, waarin was gesteld dat het forfaitaire stelsel alleen onrechtmatig is als het forfaitaire voordeel hoger is dan het werkelijke rendement. In het geval van de belanghebbende was dit niet het geval, aangezien zijn werkelijke rendement hoger was dan het forfaitaire rendement.

Het hof oordeelde in lijn met de rechtbank dat de toepassing van het Besluit rechtsherstel box 3 op de staatsobligaties en het VvE-aandeel juist was. De staatsobligaties en het VvE-aandeel konden niet gelijkgesteld worden aan bank- en spaartegoeden voor de toepassing van het lagere fictieve rendement. Het hof bevestigde dat de aanslag niet naar een te hoog bedrag was vastgesteld, aangezien het werkelijk behaalde rendement van de belanghebbende hoger was dan het forfaitaire rendement. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding.

In deze uitspraak wordt duidelijk dat het gerechtshof de huidige belastingwetgeving en de uitleg van de Hoge Raad hierover volgt. Het hof bevestigt dat de belastingplichtige geen keuze heeft voor een aangepast forfaitair stelsel dat gunstiger is voor specifieke vermogensbestanddelen, zoals staatsobligaties. Het gelijkheidsbeginsel, zoals bepleit door de belanghebbende, vond geen toepassing in deze context omdat verschillende vermogensbestanddelen onder verschillende omstandigheden en regels opereren.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHARL:2025:7683 geschil over verdeling gemeenschappelijke woning ex-samenwoners

Next Post

ECLI:NL:OGEABES:2025:122 vordering opheffing blokkade buurweg Bonaire toegewezen

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

01/01/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

31/12/2025
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

27/12/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.