De zaak in het kort
In deze zaak bij de rechtbank Amsterdam stond het appartementsrecht centraal, waarbij de verzoeker, [verzoeker], een aantal besluiten van de Vereniging van Eigenaars (VvE) aanvocht. Het betrof de benoeming van een nieuw bestuur en kascommissie. [verzoeker] verzocht om nietigverklaring of vernietiging van die besluiten en om een vervangende machtiging te verkrijgen voor de benoeming van een extern bestuur, evenals toestemming voor het plaatsen van een hekwerk rondom zijn warmtepomp en airco-installaties. De rechtbank moest beoordelen of de besluiten van de VvE in strijd waren met de wet of de statuten en of de verzoeken van [verzoeker] gegrond waren.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van [verzoeker] op 17 april 2025, gericht tegen de besluiten van de VvE van 19 maart 2025. [verzoeker] diende aanvullende stukken in en de VvE reageerde met een verweerschrift. De mondelinge behandeling vond plaats op 11 september 2025, waar beide partijen hun standpunten toelichtten.
De zaak draaide om een appartementencomplex dat bij notariële akte was gesplitst in 32 appartementsrechten. [verzoeker] was eigenaar van een woning en twee parkeerplaatsen en was bij de splitsing benoemd tot eerste bestuurder van de VvE. Op 19 maart 2025 vond een vergadering van de VvE plaats, waarbij [verzoeker] aftrad als bestuurder en nieuwe bestuurders en kascommissieleden werden benoemd.
[verzoeker] betwistte de geldigheid van de vergadering en de besluiten, onder andere omdat niet vaststond dat het verzoek om de vergadering bijeen te roepen van voldoende appartementseigenaren kwam. Daarnaast stelde [verzoeker] dat de agenda van de vergadering niet correct was opgesteld en dat de besluiten in strijd waren met de redelijkheid en billijkheid.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank onderzocht of de besluiten van de VvE nietig of vernietigbaar waren. Volgens de rechtbank was er geen basis voor nietigverklaring, omdat de oproeping en agendering van de vergadering hoogstens tot vernietigbaarheid konden leiden, niet tot nietigheid. Ook was er geen reden voor vernietigbaarheid omdat de vergadering rechtmatig was bijeengeroepen door een voldoende aantal stemgerechtigde eigenaren.
De rechtbank oordeelde verder dat de besluiten niet in strijd waren met de redelijkheid en billijkheid. Het democratische karakter van de VvE betekent dat besluiten waarmee een minderheid het oneens is, toch geldig kunnen zijn.
Wat betreft de verzoeken om vervangende machtiging voor een extern bestuur en het plaatsen van een hekwerk, oordeelde de rechtbank dat de VvE deze verzoeken niet zonder redelijke grond had geweigerd. Voor het externe bestuur was het kostenaspect doorslaggevend, en [verzoeker] had nog geen uitgewerkt plan voor het hekwerk voorgelegd aan de VvE.
De rechtbank wees daarom alle verzoeken van [verzoeker] af en veroordeelde hem in de proceskosten van de VvE, begroot op € 609,50.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




