De zaak in het kort
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], de kopers van een appartement, en [gedaagde], de verkopers, over een financieel geschil na de aankoop van het pand in Amsterdam. Het appartement werd op 4 september 2023 door [gedaagde] aan [eiser] geleverd. Kort na de aankoop werd [eiser] geconfronteerd met een aansprakelijkstelling van de Vereniging van Eigenaars (VvE) vanwege schade veroorzaakt door werkzaamheden aan een gemeenschappelijke muur. De verkopers willen een derde partij, de voormalige bewoner die de werkzaamheden heeft verricht, in de zaak betrekken via een oproeping in vrijwaring.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 30 juni 2023 heeft [eiser] het appartement gekocht van [gedaagde]. Na de levering van het appartement, werd [eiser] op de hoogte gebracht van een aansprakelijkstelling uit 2019 die was gericht aan de VvE van het aangrenzende pand. Deze aansprakelijkstelling betrof schade die veroorzaakt zou zijn door de voormalige bewoner van de bovenwoning, de heer [naam], die werkzaamheden aan de gemeenschappelijke muur had uitgevoerd.
De kopers, [eiser], hebben de verkopers, [gedaagde], gedagvaard en eisen een schadevergoeding van €25.000. [gedaagde] heeft op hun beurt een incidentele conclusie ingediend om [naam] in vrijwaring op te roepen. Dit betekent dat zij [naam] als verantwoordelijke partij willen aanwijzen voor eventuele schade die zij aan [eiser] zouden moeten betalen. De oproeping in vrijwaring is een juridische stap waarbij een derde partij in een lopende rechtszaak wordt betrokken, omdat deze partij mogelijk aansprakelijk is voor de schade die in de hoofdzaak aan de orde is.
In de procedure zijn diverse stappen gezet, waaronder de indiening van dagvaardingen en conclusies door beide partijen. De verkopers willen [naam] oproepen in vrijwaring en hebben hiervoor een termijn van vier weken aangevraagd, gezien de noodzaak om de dagvaarding in Portugal te betekenen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft geoordeeld over het incident van de oproeping in vrijwaring. Volgens artikel 210 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een vordering tot oproeping in vrijwaring vóór alle weren worden ingediend. In dit geval is de incidentele conclusie tijdig ingediend. De rechtbank beoordeelde of er een voldoende juridische basis is voor de vrijwaring, hetgeen inhoudt dat [gedaagde] moet aantonen dat er een rechtsverhouding bestaat met [naam] die verplichtingen met zich meebrengt.
[gedaagde] heeft gesteld dat [naam] verantwoordelijk is voor de werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende schade. Dit baseerden zij op een e-mail van [naam] waarin hij aangeeft de volledige verantwoordelijkheid te willen dragen voor de gevolgen van de uitgevoerde werkzaamheden. Op basis van deze informatie acht de rechtbank het aannemelijk dat er een juridische basis is voor de vrijwaring, hoewel het daadwerkelijke bestaan van de verplichting in een latere procedure verder zal moeten worden onderzocht.
De rechtbank heeft de incidentele vordering van [gedaagde] toegewezen, waardoor het hen is toegestaan om [naam] op te roepen in vrijwaring. [eiser] moet de proceskosten van het incident, begroot op €271,50, betalen aan [gedaagde]. De zaak zal verder gaan met een vervolgdatum waarop [gedaagde] een conclusie van antwoord moet indienen.
De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en onderbouwd indienen van een vordering tot oproeping in vrijwaring in zaken waar meerdere partijen betrokken kunnen zijn bij de oorzaak van schade. De beslissing van de rechtbank biedt [gedaagde] de mogelijkheid om [naam] in de procedure te betrekken en eventuele financiële verplichtingen door te schuiven naar de partij die mogelijk daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de schade.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




