De zaak in het kort
In een hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt een geschil behandeld tussen twee ex-samenwoners over de verdeling van een gemeenschappelijk aangeschafte woning. De partijen hadden een affectieve relatie en een samenlevingsovereenkomst. Na de breuk in hun relatie verliet de vrouw de woning, terwijl de man er bleef wonen. De rechtbank had eerder een verdeling opgelegd, waarbij de man moest aantonen dat hij de woning kon overnemen. In hoger beroep verzoekt de man dat de woning aan hem wordt toegewezen zonder vergoeding aan de vrouw, terwijl de vrouw een gebruiksvergoeding eist vanaf het moment dat de man er bleef wonen.
Het verloop van het proces en de feiten
De man en de vrouw hadden een samenlevingsovereenkomst waarin afspraken waren vastgelegd over hun gemeenschappelijke woning. Na het verbreken van hun relatie in 2011, bleef de man in de woning wonen. De vrouw verzocht de rechtbank om de woning te laten taxeren en te verkopen als de man deze niet kon overnemen. De man vroeg om de woning aan hem toe te wijzen zonder financiële compensatie aan de vrouw. De rechtbank besloot eerder dat de woning verdeeld moest worden, met een specifieke procedure voor de man om de woning over te nemen.
In hoger beroep heeft de man zijn eis gewijzigd en vraagt hij om vergoeding van gemaakte investeringen in de woning. De vrouw eist op haar beurt een gebruiksvergoeding van de man sinds 2020. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld en het hof behandelt deze gezamenlijk vanwege de onderlinge samenhang.
De beslissing van de rechtbank
Het hof beslist dat de man niet heeft aangetoond dat er een afspraak was waarin de vrouw afstand deed van haar recht op de overwaarde van de woning. De vrouw heeft recht op de helft van de overwaarde, evenals een deel van de waarde van een spaarverzekering. Het hof wijst de eis van de vrouw voor een gebruiksvergoeding af, omdat er geen concrete afspraken zijn gemaakt en er geen beroep op is gedaan gedurende dertien jaar.
De man moet zijn vermogen aantonen om de woning over te nemen binnen drie maanden en de vrouw uit de hypothecaire aansprakelijkheid ontslaan. Als de man hier niet in slaagt, moet de woning te koop worden aangeboden. De kosten worden gelijk verdeeld tussen de partijen.
Het hof verwerpt de overige eisen en bestraft geen van beide partijen met proceskosten, gezien de aard van de zaak. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct kan worden uitgevoerd, ook als een hoger beroep wordt ingesteld bij de Hoge Raad.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




