VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:GHDHA:2025:2401 gerechtshof Den Haag bevestigt belastingaanslag 2019

by VvERechstpraak.nl
11/12/2025
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak ging het om een hoger beroep van een belastingplichtige, aangeduid als belanghebbende, tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De kwestie draaide om de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2019, specifiek gericht op de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. De belanghebbende betwistte de berekening van de belastingdienst en stelde dat een lager fictief rendement, zoals toegepast op bank- en spaartegoeden, ook voor staatsobligaties en een aandeel in een Vereniging van Eigenaars (VvE) van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde eerder dat het bezwaar van de belanghebbende ongegrond was, en het gerechtshof Den Haag bevestigde deze uitspraak.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:GHAMS:2025:3618 geschil eigenaars appartementsrechten over vochtschade betonconstructie

ECLI:NL:RVS:2025:6362 vernietiging vergunning van rechtswege omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2025:6362 vernietiging vergunningverlening Westerwolde wegens rechtswege verleende vergunning

Het verloop van het proces en de feiten

1. De Inspecteur van de Belastingdienst legde de belanghebbende een aanslag op voor het jaar 2019 gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 16.879 en sparen en beleggen van € 88.342.

2. Na bezwaar van de belanghebbende tegen deze aanslag, besliste de Inspecteur dat het bezwaar ongegrond was, waarna de belanghebbende naar de rechtbank stapte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende wel een vergoeding voor immateriële schade toe vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

3. De belanghebbende ging in hoger beroep bij het gerechtshof. De zaak werd mondeling behandeld op 4 september 2025.

4. De belanghebbende had voor 2019 aangifte gedaan van een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 101.695. Na aftrek van het heffingvrij vermogen bleef er een grondslag sparen en beleggen over van € 2.054.478. Tot deze grondslag behoorden staatsobligaties en een VvE-aandeel.

5. De belanghebbende betoogde dat het onderscheid tussen banktegoeden en staatsobligaties in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, en dat het lagere fictieve rendement voor bank- en spaartegoeden ook op zijn staatsobligaties en VvE-aandeel van toepassing zou moeten zijn.

6. De Inspecteur hield echter vol dat de staatsobligaties en het VvE-aandeel als overige bezittingen in de zin van de Herstelwet moesten worden aangemerkt, waarvoor het lagere fictieve rendement niet van toepassing was.

ADVERTISEMENT

De beslissing van de rechtbank

1. De rechtbank oordeelde dat de beroepsgronden van de belanghebbende faalden. Volgens de rechtbank was er geen ruimte om een aangepast forfaitair rendement voor specifieke vermogensbestanddelen toe te passen, zoals de belanghebbende wenste.

2. De rechtbank stelde vast dat het werkelijk rendement van de belanghebbende hoger was dan het belastbare inkomen uit sparen en beleggen volgens het forfaitair Herstelwet stelsel. De Inspecteur had de aanslag daarom terecht vastgesteld op basis van het Besluit rechtsherstel box 3.

3. De rechtbank wees het verzoek van de belanghebbende om toekenning van een rentevergoeding af, met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad.

4. De rechtbank kende de belanghebbende wel een vergoeding voor immateriële schade van € 500 toe, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase.

5. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van gelijke gevallen tussen banktegoeden en staatsobligaties, noch tussen banktegoeden en het VvE-aandeel.

6. Het hof stelde vast dat de aanslag niet op een te hoog bedrag was vastgesteld, aangezien het werkelijk rendement van de belanghebbende hoger was dan het forfaitair berekende rendement.

7. Het hof zag geen aanleiding om een partij te veroordelen in de proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.

8. Partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de uitspraak beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHARL:2025:7683 ex-samenwoners strijden om verdeling woning en lasten

Next Post

ECLI:NL:OGEABES:2025:122 veroordeling overheid Bonaire om blokkade buurweg op te heffen

Gerelateerde uitspraken>>>

Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:GHAMS:2025:3618 geschil eigenaars appartementsrechten over vochtschade betonconstructie

01/01/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RVS:2025:6362 vernietiging vergunning van rechtswege omgevingsrecht

27/12/2025
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RVS:2025:6362 vernietiging vergunningverlening Westerwolde wegens rechtswege verleende vergunning

26/12/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.