De zaak in het kort
In deze zaak, behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, is er een conflict tussen twee voormalige samenwoners over de verdeling van hun gezamenlijke woning en de bijbehorende financiële verantwoordelijkheden na het beëindigen van hun relatie. De man en de vrouw hadden een samenlevingsovereenkomst waarin afspraken zijn vastgelegd over de gemeenschappelijke woning. Na de breuk in 2011 is de vrouw vertrokken en is de man in de woning blijven wonen. De zaak draait om de vraag of er destijds afspraken zijn gemaakt over het afzien van de overwaarde door de vrouw en de betaling van gebruiksvergoeding door de man.
Het verloop van het proces en de feiten
De man en vrouw hadden een affectieve relatie en kochten in 2006 samen een woning. Ze beëindigden hun relatie in 2011, waarna de vrouw vertrok en de man in de woning bleef. De woning werd in 2024 getaxeerd op €300.000 en was nog niet verdeeld. De samenlevingsovereenkomst bevatte bepalingen voor de verdeling van de woning, maar er ontstond onenigheid over de afspraken die destijds zijn gemaakt. In de rechtbank had de vrouw geëist dat de woning getaxeerd werd en dat de man moest bewijzen dat hij de woning kon overnemen of anders verkocht moest worden. De man vorderde dat de vrouw zou meewerken aan de overdracht van de woning zonder vergoeding. De rechtbank besloot toen dat de woning verdeeld moest worden en stelde een ‘spoorboekje’ vast voor de verdeling. De man ging in hoger beroep omdat hij wilde dat de vrouw geen aanspraak kon maken op de overwaarde. Hij vorderde tevens vergoeding voor bijzondere uitgaven en eigenaarslasten. De vrouw ging ook in hoger beroep, zij wilde een gebruiksvergoeding vanaf 2020.
De beslissing van de rechtbank
Het hof beoordeelde zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep. Er werd geoordeeld dat de vrouw recht heeft op de helft van de overwaarde van de woning, wat neerkomt op €72.850, plus een deel van de waarde van de spaarverzekering. De man kon niet aantonen dat er een afspraak was gemaakt waarbij de vrouw afzag van de overwaarde. De vrouw kreeg echter geen gebruiksvergoeding toegewezen omdat zij daar nooit eerder aanspraak op had gemaakt en de man in ruil daarvoor alle lasten droeg. De man kon zijn vordering voor verrekening van door hem gemaakte kosten niet hard maken. Het hof bepaalde dat de woning verdeeld moest worden zoals in het vonnis beschreven. De man heeft drie maanden om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen, anders moet de woning verkocht worden. De kosten van de procedure worden door beide partijen gedragen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



