De zaak in het kort
In de civiele zaak die voor de Hoge Raad der Nederlanden werd gebracht, draaide het om een geschil tussen een aantal eisers, waaronder [eiser 1] en De Paltz B.V., tegen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex. Het geschil betrof de uitleg van het splitsingsreglement van het appartementencomplex. De eisers hadden beroep aangetekend in cassatie na een eerdere uitspraak van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de uitspraak van het hof bevestigd.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met de behandeling van de zaak in de rechtbank Amsterdam, waar de eerste vonnissen werden uitgesproken op 28 september 2022 en 15 maart 2023 in zaken met de nummers C/13/717798 / HA ZA 22-410 en C/13/717799/ HA ZA 22-411. In deze vonnissen werd de kwestie rond de uitleg van het splitsingsreglement behandeld. De eisers waren het niet eens met de interpretatie van de rechtbank en gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde de zaak onder het zaaknummer 200.328.940/01 en deed op 24 september 2024 uitspraak. In deze uitspraak werd de eerdere beslissing van de rechtbank bevestigd. De eisers waren ook met deze uitspraak niet tevreden en besloten om cassatieberoep aan te tekenen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Bij de Hoge Raad voerden de advocaten van de VvE verweer en stelden een verweerschrift op met het verzoek om het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal S.E. Bartels bracht een conclusie uit, waarin hij adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De advocaat van de eisers reageerde schriftelijk op deze conclusie.
De beslissing van de rechtbank
De Hoge Raad heeft de klachten die door de eisers waren ingediend tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad besloot dat het niet noodzakelijk was om de beslissing te motiveren, aangezien de gestelde vragen niet van belang waren voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, in overeenstemming met artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft derhalve het beroep verworpen. Tevens heeft de Hoge Raad beslist dat de eisers veroordeeld worden in de kosten van het geding in cassatie. Deze kosten zijn aan de zijde van de VvE begroot op € 873,– aan verschotten en € 2.200,– voor salaris. Indien de eisers deze kosten niet binnen veertien dagen na de uitspraak voldoen, zal er wettelijke rente over deze kosten worden geheven.
De uitspraak werd gedaan door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.
Deze zaak toont het belang aan van een nauwkeurige interpretatie van splitsingsreglementen binnen appartementsrechten, en bevestigt de juridische positie van de VvE zoals vastgesteld door eerdere gerechtelijke instanties. De uitspraak van de Hoge Raad dient als leidraad voor toekomstige geschillen met betrekking tot de uitleg van vergelijkbare reglementen in het appartementsrecht.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




