De zaak in het kort
De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een civielrechtelijke zaak betreffende het appartementsrecht. De zaak draait om de uitleg van een splitsingsreglement binnen een appartementscomplex, waarbij de eisers, [eiser 1] en De Paltz B.V., in cassatie zijn gegaan tegen een eerder arrest van het gerechtshof Amsterdam. De tegenpartij, de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het appartementencomplex, had verweer gevoerd tegen dit cassatieberoep. De Advocaat-Generaal had geadviseerd om het cassatieberoep te verwerpen, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd door het beroep te verwerpen en de eisers in de proceskosten te veroordelen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met vonnissen van de rechtbank Amsterdam op 28 september 2022 en 15 maart 2023 in twee samengevoegde zaken. Deze zaken hadden betrekking op geschillen tussen de eisers en de VvE over de uitleg en toepassing van het splitsingsreglement van een appartementencomplex. De rechtbank oordeelde in het voordeel van de VvE, waarop de eisers in hoger beroep gingen bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof deed op 24 september 2024 uitspraak in deze zaak en bevestigde de eerdere vonnissen van de rechtbank.
Niet tevreden met de uitslag van het hoger beroep, stelden de eisers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, met als voornaamste argument dat het hof de relevante bepalingen van het splitsingsreglement onjuist had uitgelegd. De VvE diende een verweerschrift in waarin zij de Hoge Raad verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal S.E. Bartels adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep, een standpunt dat in het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad werd gevolgd.
De beslissing van de rechtbank
De Hoge Raad heeft de klachten van de eisers tegen het arrest van het gerechtshof beoordeeld en geconcludeerd dat deze klachten niet kunnen leiden tot een vernietiging van dat arrest. Volgens artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie is de Hoge Raad niet verplicht om zijn oordeel te motiveren als het cassatieberoep niet leidt tot vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De beslissing van de Hoge Raad luidde dan ook dat het beroep werd verworpen.
Naast de verwerping van het beroep heeft de Hoge Raad de eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Deze kosten zijn aan de zijde van de VvE begroot op € 873 aan verschotten en € 2.200 voor salaris. Tevens is bepaald dat indien de eisers de kosten niet binnen veertien dagen na de uitspraak voldoen, daarover wettelijke rente verschuldigd is.
Deze uitspraak onderstreept de complexiteit en het belang van een juiste uitleg van splitsingsreglementen binnen appartementsrechtelijke geschillen. Het arrest benadrukt tevens de rol van de Hoge Raad in het bewaken van de eenheid en ontwikkeling van het recht door alleen in te grijpen wanneer er sprake is van rechtsvragen die deze ontwikkeling beïnvloeden. De uitspraak is gedaan door een panel van raadsheren onder leiding van de vicepresident M.J. Kroeze en werd in het openbaar uitgesproken op de datum van de uitspraak.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




