De zaak in het kort
In deze juridische kwestie gaat het om een geschil binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex. Een groep eigenaren, aangeduid als [verzoeker sub 1] c.s., was ontevreden over het beheer door de huidige beheerder [naam], verbonden aan Stichting Ymere. Ze wilden dat [naam] zou worden vervangen door [onderneming 1] met ingang van 1 januari 2026. Tijdens een buitengewone vergadering van de VvE op 10 juli 2025 werd het voorstel voor de beheerderswissel echter verworpen omdat de stemmen staakten. [verzoeker sub 1] c.s. hebben de kantonrechter verzocht om een vervangend besluit te nemen op grond van artikel 5:130 lid 2 BW en artikel 5:121 BW, zodat de beheerderswissel alsnog kon plaatsvinden. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen, zowel op formele als op inhoudelijke gronden.
Het verloop van het proces en de feiten
In het appartementencomplex in kwestie zijn 20 appartementen, waarvan [verzoeker sub 1] c.s. er vijf in bezit heeft en Ymere de overige vijftien. De VvE had in de vergadering van 10 juli 2025 gestemd over de vervanging van de beheerder, maar de stemmen staakten. Volgens het Modelreglement wordt een voorstel bij een staking van stemmen geacht te zijn verworpen. [verzoeker sub 1] c.s. wilden dat [onderneming 1] de nieuwe beheerder zou worden, maar Ymere had vanuit haar positie als grootste eigenaar in de VvE bezwaren tegen deze verandering zonder een gedegen marktonderzoek naar alternatieven. Bovendien maakte Ymere zich zorgen over de ervaring en capaciteiten van [onderneming 1], alsook over de technische verschillen in softwaregebruik voor VvE-beheer.
Tijdens de mondelinge behandeling op 15 oktober 2025 werden deze bezwaren besproken. [verzoeker sub 1] c.s. trachtten de kantonrechter te overtuigen dat de huidige beheerder [naam] niet adequaat functioneerde en dat er sprake was van belangenverstrengeling omdat [naam] deel uitmaakt van Ymere. Ook wezen ze op administratieve fouten en vermeende misstanden door [naam]. Ymere verdedigde zich door te stellen dat hun bezwaren tegen [onderneming 1] gerechtvaardigd waren en niet zonder redelijke grond.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek van [verzoeker sub 1] c.s. om een vervangend besluit op grond van artikel 5:130 BW en artikel 5:121 BW niet ontvankelijk was, omdat de VvE als partij had moeten worden aangemerkt in plaats van Ymere. Verder kon de kantonrechter op inhoudelijke gronden niet vaststellen dat Ymere zonder redelijke grond haar medewerking aan de beheerderswissel weigerde. De argumenten van Ymere tegen de aanwijzing van [onderneming 1] als nieuwe beheerder werden door de kantonrechter als voldoende gerechtvaardigd beschouwd.
Daarnaast wees de kantonrechter de mogelijkheid van een vervangend besluit op basis van artikel 37 lid 2 van het (aangepaste) Modelreglement af omdat de voorgestelde beheerderswissel niet voldoende onderbouwd was door [verzoeker sub 1] c.s. De voorbeelden van slecht management door [naam] waren niet overtuigend of onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken. Bovendien had [verzoeker sub 1] c.s. hun verwijten pas laat en op onvoldoende concrete wijze ingebracht, waardoor Ymere niet voldoende gelegenheid kreeg om adequaat verweer te voeren.
De kantonrechter suggereerde dat partijen wellicht alsnog in overleg tot een minnelijke oplossing konden komen voor de beheerderskwestie. De proceskosten werden, conform de afspraken in het Modelreglement, ten laste van de VvE gebracht. De totale kosten aan de zijde van Ymere werden begroot op € 812,00, inclusief griffierechten en advocatenkosten. De beschikking werd op 21 november 2025 uitgesproken door de kantonrechter in Almere.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




