De zaak in het kort
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 november 2025 een uitspraak gedaan in een zaak betreffende een betalingsgeschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een appartementseigenaar. De eigenaar, hierna [gedaagde] genoemd, had een betalingsachterstand opgelopen bij de VvE, aangeduid als [eiseres]. Het geschil betrof achterstallige maandelijkse bijdragen en een stookkostenafrekening die [gedaagde] verschuldigd was aan de VvE. De rechter heeft [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de achterstallige bedragen, de toekomstige VvE-bijdragen, en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een dagvaarding die op 2 april 2025 werd uitgebracht, waarin [eiseres] eiste dat [gedaagde] zou worden veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 2.232,72, samen met de toekomstige maandbijdragen aan de VvE en de stookkostenafrekening. De dagvaarding werd gevolgd door verschillende processtukken, waaronder een antwoord van [gedaagde], repliek en dupliek van beide partijen, een rolbeslissing, een akte van wijziging van eis, en een antwoordakte.
[gedaagde] is eigenaar van een appartementsrecht in Vlaardingen en van rechtswege lid van [eiseres]. Als lid is hij verplicht om maandelijks een financiële bijdrage en een jaarlijkse stookkostenafrekening aan de VvE te voldoen. Er ontstond echter een betalingsachterstand die volgens de VvE moest worden verhaald. Hoewel [gedaagde] de betalingsachterstand erkende, was hij van mening dat hij niet verantwoordelijk zou moeten zijn voor de proceskosten, omdat hij vond dat de VvE beter had moeten communiceren om het geschil buitengerechtelijk op te lossen.
Tijdens het proces werd ook melding gemaakt van een betalingsregeling die tussen beide partijen was getroffen nadat de procedure was gestart. [eiseres] beweerde echter dat de regeling was vervallen omdat [gedaagde] zich niet aan de afspraken hield.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft de eis van [eiseres] volledig toegewezen. De rechter oordeelde dat [gedaagde] de verschuldigdheid van de achterstand niet heeft betwist, waardoor de rechtbank geen andere optie had dan de vordering toe te wijzen. Dit betrof zowel de hoofdsom van € 2.232,72 als de wettelijke rente en de incassokosten. Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van de maandelijkse VvE-bijdragen vanaf april 2025, zolang hij eigenaar is van het appartementsrecht.
Wat betreft de proceskosten, heeft de rechter geoordeeld dat [gedaagde] deze moet betalen, omdat de VvE gerechtigd was een procedure te starten vanwege de ontstane betalingsachterstand. De proceskosten werden begroot op € 1.041,14, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht, salaris voor de gemachtigde van [eiseres], en nakosten. De kantonrechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, waardoor [eiseres] het onmiddellijk kan uitvoeren, zelfs als [gedaagde] besluit in hoger beroep te gaan.
Deze uitspraak onderstreept het belang van het nakomen van financiële verplichtingen binnen een VvE en benadrukt dat gebrekkige communicatie geen rechtvaardiging vormt voor het opschorten van betalingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de VvE terecht een gerechtelijke procedure heeft opgestart en dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de bijkomende kosten die hierdoor zijn ontstaan.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




