De zaak in het kort
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Holland geoordeeld over een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en twee appartementseigenaren, [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. De kern van het geschil richtte zich op de vraag of de eigenaren verplicht waren de door de VvE in rekening gebrachte servicekosten te betalen, ondanks dat zij geen facturen of specifieke communicatie over die kosten hadden ontvangen. De rechtbank heeft bepaald dat de eigenaren de servicekosten verschuldigd zijn, ongeacht het ontbreken van een factuur, omdat deze verplichting voortvloeit uit de akte van levering van het appartement.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding door de VvE op 30 oktober 2024. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gaven mondeling antwoord op 14 november 2024 en dienden later een schriftelijke conclusie van antwoord in op 9 januari 2025. Tussentijdse besprekingen vonden plaats en de zaak werd mondeling behandeld op 8 mei 2025.
De feiten zijn als volgt: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn eigenaar van een appartement en als zodanig lid van de VvE. Zij hebben het appartement verhuurd en wonen elders. De VvE had meerdere herinneringen gestuurd voor de betaling van servicekosten, maar de eigenaren beweerden nooit informatie hierover te hebben ontvangen. Toen de VvE uiteindelijk een sommatie stuurde voor een bedrag van € 7.665,87, vroegen de eigenaren om een nadere onderbouwing van de kosten, omdat zij geen eerdere communicatie hadden ontvangen over de openstaande vordering.
De VvE vorderde uiteindelijk een bedrag van € 8.949,19, inclusief hoofdsom, incassokosten en rente. De eigenaren voerden verweer tegen deze vordering, met het argument dat zij geen facturen hadden ontvangen en daarom de hoogte van de kosten niet konden controleren.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zowel de hoofdsom als de bijkomende kosten verschuldigd waren. De rechtbank volgde het verweer van de eigenaren niet dat zij geen servicekosten hoefden te betalen vanwege het ontbreken van facturen. De verschuldigdheid van de servicekosten vloeit voort uit de akte van levering van het appartement en hiervoor is geen factuur vereist.
De rechtbank stelde vast dat de VvE voorafgaand aan de zitting specificaties van de kosten had overgelegd. Deze specificaties bevatten details over de servicekosten en bijdragen voor groot onderhoud. De eigenaren hadden deze specificaties niet voldoende betwist, waardoor de rechtbank uitging van de juistheid van de door de VvE genoemde bedragen. De rechtbank benadrukte dat het aan de eigenaren was om bij onduidelijkheid tijdig navraag te doen bij de VvE.
Daarnaast maakte de VvE aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten. Het verweer van de eigenaren hiertegen werd verworpen, omdat zij niet tijdig hadden gereageerd op de sommatiebrief van de VvE die aan de wettelijke eisen voldeed. Hierdoor waren zij ook de bijkomende kosten verschuldigd.
Ten aanzien van de wettelijke rente oordeelde de rechtbank dat deze verschuldigd was vanaf de datum veertien dagen na de sommatiebrief van 18 september 2024, aangezien er geen concreet moment van opeisbaarheid door de VvE was gepresenteerd.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van de hoofdsom van € 7.335,03, de buitengerechtelijke kosten van € 877,50, en de proceskosten van € 1.450,61. De veroordeling werd hoofdelijk uitgesproken, wat betekent dat beide eigenaren ieder voor het gehele bedrag aansprakelijk zijn, maar dat betaling door de een de ander van de verplichting ontslaat. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat het onmiddellijk uitgevoerd kan worden, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.


