De zaak in het kort
Deze zaak betreft een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een van haar leden, over de naleving van regels uit het modelreglement. De centrale vraag is of de VvE gerechtigd is om boetes op te leggen voor overtredingen zoals het stallen van een hondenkar in een gemeenschappelijke ruimte en het gebruik van een cameradeurbel. De rechtbank heeft geoordeeld dat de VvE geen boete kan opleggen omdat de waarschuwingsbrief onvoldoende specificiteit had over welke overtreding een boete opgelegd zou worden en hoe hoog deze boete zou zijn.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 8 april 2025. De gedaagde, een lid van de VvE, verdedigde zich tegen de eisen van de VvE die werden gepresenteerd tijdens een mondelinge behandeling op 9 september 2025. De VvE beheert een appartementsgebouw waarin de gedaagde een recht heeft. Het gebouw is gesplitst in appartementsrechten, en het modelreglement 2006 is van toepassing verklaard. De VvE had de gedaagde aangesproken op verschillende overtredingen, waaronder het niet vrijhouden van gemeenschappelijke ruimtes, het niet aanlijnen van een hond, en het gebruik van een cameradeurbel zonder toestemming.
De VvE had de gedaagde in een brief van 24 april 2024 gewaarschuwd voor deze overtredingen, met de mededeling dat bij voortzetting van de overtredingen boetes opgelegd zouden worden. Deze brief werd gevolgd door een rappel op 30 april 2024. In juli 2024 liet de VvE weten dat er een herinrichting van de fietsenstalling gepland stond, waarbij ruimte gecreëerd zou worden voor scootmobielen en driewielers. De VvE begon vanaf 4 juli 2024 boetes op te leggen voor overtredingen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de VvE onvoldoende bewijs had geleverd dat de gedaagde schade had veroorzaakt aan een pilaar in de gemeenschappelijke hal met zijn scootmobiel. De foto’s en camerabeelden die werden aangevoerd, lieten niet zien dat de gedaagde daadwerkelijk schade had veroorzaakt. Daarom werd de eis van schadevergoeding afgewezen.
Wat betreft de boetes, stelde de rechtbank dat het voor een appartementseigenaar duidelijk moet zijn voor welke overtreding welke boete wordt opgelegd. De waarschuwingsbrief voldeed hier niet aan, omdat deze niet specifiek maakte welke overtredingen zouden leiden tot een boete en wat de hoogte van de boete zou zijn. De rechtbank besliste dat de gedaagde het voordeel van de twijfel kreeg en wees de gevorderde boetes af.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde echter wel om de overtredingen met betrekking tot de hondenkar en de cameradeurbel te beëindigen. De gedaagde moet de hondenkar verwijderen uit de gemeenschappelijke ruimte omdat deze daar niet is toegestaan volgens het reglement. Ook werd de gedaagde bevolen om de cameradeurbel te verwijderen, omdat deze beelden opnam van de gemeenschappelijke ruimte zonder toestemming, wat een inbreuk is op de privacy van andere appartementseigenaren.
Ten aanzien van de overige overtredingen, zoals het niet aanlijnen van de hond en het respectloos bejegenen van bestuursleden, oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende bewijs was dat deze gedragingen nog steeds plaatsvonden of dat deze ernstig genoeg waren om maatregelen te rechtvaardigen. De vordering om de gedaagde te dwingen de overtredingen te beëindigen werd daarom deels afgewezen.
De rechtbank legde echter wel een dwangsom op voor het geval de gedaagde niet voldoet aan de veroordeling om de hondenkar, de kast en de cameradeurbel te verwijderen uit de gemeenschappelijke ruimtes. De dwangsom bedraagt eenmalig € 50,00 per overtreding en € 5,00 per dag bij voortdurende overtreding, tot een maximum van € 2.500,00.
De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. Dit ondanks het feit dat de VvE deels in het gelijk werd gesteld, omdat de gedaagde zich in het verleden beledigend en dreigend had uitgelaten tegen bestuursleden en zijn eigendommen in de gemeenschappelijke ruimtes had geplaatst, wat niet was toegestaan.
In het vonnis dat op 8 oktober 2025 werd uitgesproken, werd bepaald dat de gedaagde binnen twee weken na betekening van het vonnis de overtredingen moest beëindigen en beëindigd houden, op straffe van de genoemde dwangsom.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




