De zaak in het kort
In deze zaak bij de rechtbank Amsterdam hebben de huurders, aangeduid als [eisers], een geschil met hun verhuurder, Urban Interest Vastgoed B.V., over de onderhoudstoestand van hun huurwoning. De huurders klagen over schimmel- en vochtproblemen in hun woning, die zij toeschrijven aan slechte ventilatiemogelijkheden en de aanwezigheid van enkel glas. Zij eisen van de verhuurder dat deze de gebreken herstelt en vragen tevens om een huurverlaging vanwege de verminderde woonkwaliteit.
Het verloop van het proces en de feiten
De huurders wonen sinds maart 2012 in een appartement in Amsterdam. In de loop der jaren hebben zij verschillende keren klachten ingediend over de onderhoudsstaat van hun woning, met name over schimmelvorming in de badkamer en slaapkamers, alsmede over achterstallig onderhoud aan het balkon. Ondanks meerdere verzoeken aan de verhuurder zijn deze problemen niet opgelost.
De huurders hebben verschillende inspecties laten uitvoeren, waaruit bleek dat de schimmelvorming mede wordt veroorzaakt door een gebrekkig ventilatiesysteem en enkel glas. In januari 2022 heeft de verhuurder toestemming gevraagd voor de plaatsing van dubbel glas, maar dit was afhankelijk van een huurverhoging. De huurders waren bereid te onderhandelen over een redelijke verhoging, maar er werd geen verdere actie ondernomen.
De verhuurder, Urban Interest Vastgoed, betwist de vorderingen van de huurders. Zij stelt dat de oorzaak van de problemen ligt in het gedrag van de huurders, zoals het niet goed ventileren van de woning. Ook stelt de verhuurder dat de aanwezigheid van enkel glas in een gebouw uit 1967 niet als gebrek kan worden aangemerkt, mede gezien het energielabel C van de woning.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft geoordeeld dat de schimmel- en vochtproblemen in de woning een gebrek vormen in de zin van het huurrecht. De rechter heeft vastgesteld dat de verhuurder verantwoordelijk is voor het herstel van deze gebreken, aangezien de huurders voldoende hebben aangetoond dat deze niet aan hun gebruik van de woning zijn toe te schrijven. De verhuurder wordt veroordeeld om binnen drie maanden de schimmel- en vochtproblemen te verhelpen, inclusief het aanbrengen van adequate ventilatievoorzieningen.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de aanwezigheid van enkel glas in deze specifieke omstandigheden niet als een gebrek kan worden aangemerkt. Hoewel er sprake is van ijsvorming op de binnenzijde van de ramen bij vorst, heeft de rechter geoordeeld dat dit niet frequent genoeg voorkomt om als een gebrek te kwalificeren. Bovendien heeft de woning een energielabel C, wat aangeeft dat er geen sprake is van onacceptabel energieverlies.
De rechtbank heeft ook beslist dat de huur met 10% wordt verlaagd vanaf de eerste melding van de schimmelproblematiek op 27 december 2019, vanwege de aanzienlijke vermindering van het huurgenot. De rechter heeft verder de kosten van het door de huurders ingeschakelde deskundigenonderzoek toegewezen, evenals de proceskosten, die voor rekening van Urban Interest Vastgoed komen.
Concluderend, de rechtbank heeft de verhuurder veroordeeld tot het herstellen van de gebreken en het betalen van een huurverlaging en kosten als compensatie voor de verminderde woonkwaliteit van de huurders.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




