VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:GHDHA:2025:2466 heffingsambtenaar voldoet aan WOZ-toezendplicht en juiste waardebepaling woning

by VvERechstpraak.nl
23/12/2025
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld over een geschil tussen een huiseigenaar en de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag. De eigenaar van een parterre portiekwoning betwistte de vastgestelde waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2022 en stelde dat de heffingsambtenaar niet had voldaan aan de toezendplicht van bepaalde gegevens volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het gerechtshof concludeerde echter dat de heffingsambtenaar aan deze verplichtingen had voldaan en dat de vastgestelde waarde van de woning correct was.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

Het verloop van het proces en de feiten

De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag had de waarde van de woning van de belanghebbende vastgesteld op €299.000 voor het belastingjaar 2022. Deze waarde werd gebaseerd op een taxatie en de vergelijking met drie vergelijkbare woningen in dezelfde regio. De belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Hierop volgde een beroep bij de Rechtbank Den Haag, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De belanghebbende ging vervolgens in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag.

Tijdens de procedure voerde de belanghebbende aan dat de heffingsambtenaar niet alle relevante gegevens had verstrekt die ten grondslag lagen aan de waardevaststelling van de woning. De belanghebbende verzocht onder meer om de opbouw van de kavelwaarde, grondstaffels, en de KOUDV- en liggingsfactoren. De heffingsambtenaar verklaarde echter dat dergelijke gegevens niet werden gebruikt in de waardebepaling en verstrekte daarom geen aanvullende informatie.

Daarnaast verwees de belanghebbende naar andere verkooptransacties van vergelijkbare woningen, waarvan hij meende dat ze een lagere waarde van zijn woning rechtvaardigden. De heffingsambtenaar verdedigde de gebruikte vergelijkingsobjecten door te stellen dat deze qua staat en ligging vergelijkbaar waren met de woning van de belanghebbende en dat de verschillen in voorzieningen en ligging al waren verdisconteerd in de prijs.

De beslissing van de rechtbank

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn verplichtingen onder artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ niet had geschonden. Het gerechtshof stelde dat de heffingsambtenaar voortvarend had gehandeld en dat de belanghebbende geen specifiek verzoek had ingediend voor gegevens die niet beschikbaar of relevant waren. De rechtbank geloofde de verklaring van de heffingsambtenaar dat bepaalde gegevens, zoals KOUDV-factoren en grondstaffels, niet werden gebruikt in de waardebepaling in Den Haag.

Met betrekking tot de waarde van de woning bevestigde het gerechtshof dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd dat de waarde van de woning van de belanghebbende niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren volgens het hof voldoende vergelijkbaar, en de eventuele verschillen in voorzieningen en ligging waren al in de waardering opgenomen. Het hof verwierp de argumenten van de belanghebbende en oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan.

Het gerechtshof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de belanghebbende ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder wijzigingen.

ADVERTISEMENT

Door deze uitspraak werd duidelijk dat de werkwijze van de gemeente Den Haag bij de waardebepaling van onroerende zaken geen schending van de toezendplicht inhoudt en dat de waardebepaling van de woning van de belanghebbende correct was vastgesteld. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de uitspraak in cassatie te gaan bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHARL:2025:8394 gerechtshof bevestigt straf en tbs voor verkrachting en poging tot doodslag

Next Post

ECLI:NL:RBMNE:2025:6854 rechterlijke afwijzing van vorderingen huur parkeerplek

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8829 vernietiging besluit appartementsvergadering wegens gebrek aan redelijke grond

01/01/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 schadevergoeding afgewezen door fout bij contractpartij

31/12/2025
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBAMS:2025:8669 vernietiging donorovereenkomst afgewezen, contactverbod opgelegd

27/12/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.