De zaak in het kort
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 december 2025 uitspraak gedaan over een hoger beroep in een strafzaak. De verdachte, geboren in 1975, werd eerder door de rechtbank Midden-Nederland schuldig bevonden aan meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder verkrachting, poging tot doodslag, poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal. De rechtbank legde een gevangenisstraf van acht jaar op, evenals een maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging, zonder een maximumduur. De verdachte ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het verloop van het proces en de feiten
Tijdens het hoger beroep werd opnieuw gekeken naar de feiten en de omstandigheden van de zaak. De verdachte bekende de meeste feiten, behalve de poging tot doodslag. Het hof onderzocht de gebeurtenissen die plaatsvonden op 16 juli 2023, waarbij de verdachte een vrouw, aangeduid als [benadeelde 2], fysiek en seksueel aanviel. Daarnaast werd een tweede zaak behandeld waarin de verdachte op 6 juli 2023 een andere vrouw, [benadeelde 1], probeerde te ontvoeren.
De verdachte was tijdens de aanvallen onder invloed van drugs en alcohol en had niet geslapen. Hij bekende dat hij de vrouw seksueel had misbruikt en haar telefoon had gestolen om te voorkomen dat ze de politie zou bellen. Het hof beoordeelde de verklaringen van de slachtoffers en andere bewijsmaterialen, zoals forensisch onderzoek, en kwam tot de conclusie dat de verklaringen betrouwbaar en consistent waren.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had op de dood van [benadeelde 2], maar het hof achtte de gedragingen van de verdachte zo ernstig en doelgericht dat hij wel degelijk bewust de kans op de dood van het slachtoffer had aanvaard. Het hof oordeelde daarom dat er sprake was van een poging tot doodslag.
De beslissing van de rechtbank.
Het hof bevestigde de eerdere veroordeling van de rechtbank en legde de verdachte een gevangenisstraf van acht jaar op, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast werd de verdachte een ongemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd vanwege het hoge recidiverisico en de ernstige psychische stoornissen van de verdachte. Deze stoornissen omvatten onder meer een licht verstandelijke beperking en ernstige afhankelijkheid van cocaïne en alcohol.
Het hof vond dat alleen een tbs-maatregel met dwangverpleging voldoende zou zijn om het herhalingsgevaar te beperken en de maatschappij te beschermen. Het hof wees het verzoek van de verdediging om een tbs-maatregel onder voorwaarden af, omdat de verdachte niet in staat werd geacht om langdurig voorwaarden na te leven.
Daarnaast kende het hof schadevergoedingen toe aan beide slachtoffers. [Benadeelde 2] kreeg een schadevergoeding van €40.879,58 toegewezen, bestaande uit materiële schade en immateriële schade. [Benadeelde 1] werd een schadevergoeding van €1.637,04 toegekend. De vorderingen zijn vermeerderd met de wettelijke rente.
Het hof wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken af, gezien de lange gevangenisstraf en de tbs-maatregel die aan de verdachte werden opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van passende straffen en maatregelen in zaken waarin de veiligheid van personen ernstig in gevaar is gebracht door gewelddadig en seksueel misbruik. Het hof heeft met deze uitspraak geprobeerd recht te doen aan de ernst van de feiten en de bescherming van de maatschappij.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




