De zaak in het kort
De Raad van State heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan in een hoger beroep dat was ingesteld door de Vereniging van Eigenaars van Het Tramhuys (VVE) tegen een besluit van de rechtbank Noord-Nederland. De zaak draait om een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan een horecagelegenheid in Ter Apel had verleend voor het openbreken en wijzigen van een openbare weg. De VVE, die de bewoners van het tegenovergelegen pand vertegenwoordigt, maakte bezwaar tegen deze verleende vergunning. Het college had eerder een vergunning verleend op 3 maart 2021, maar door overschrijding van de wettelijke beslistermijn was er al van rechtswege een vergunning ontstaan. De rechtbank had geoordeeld dat de van rechtswege verleende vergunning onderwerp van beroep kon zijn, maar de Raad van State heeft deze uitspraak vernietigd en verklaard dat de rechtbank onbevoegd was om hierover te oordelen.
Het verloop van het proces en de feiten
In de jaren 2015 tot en met 2018 heeft de horecagelegenheid in Ter Apel een uitbouw gerealiseerd. Om deze reeds voltooide bouwwerkzaamheden te legaliseren, heeft de onderneming op 3 september 2019 een ontheffing aangevraagd op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. Op 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde de vergunning verleend. De VVE diende echter bezwaar in, stellende dat het college niet bevoegd was deze vergunning te verlenen vanwege het verlopen van de wettelijke beslistermijn, waardoor de vergunning van rechtswege was ontstaan.
Het college verklaarde het bezwaar van de VVE gegrond op 24 juni 2021 en meldde op 15 juli 2021 dat de vergunning van rechtswege bestond. De VVE maakte bezwaar tegen deze van rechtswege verleende vergunning, maar dit bezwaar werd door het college ter behandeling doorgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit van 24 juni 2021 en de van rechtswege verleende vergunning, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Hiertegen ging de VVE in hoger beroep bij de Raad van State.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat tegen de van rechtswege verleende vergunning beroep mogelijk was. De rechtbank vond dat het besluit van het college van 24 juni 2021 en de vergunning van rechtswege samenhangende onderdelen waren van het besluit op bezwaar van de VVE. De rechtbank oordeelde ook dat het college ten onrechte de vergunning van 3 maart 2021 niet had herroepen, omdat deze was verleend terwijl er al een vergunning van rechtswege bestond. Bovendien vond de rechtbank dat de VVE ten onrechte niet was gehoord tijdens de bezwaarprocedure.
De Raad van State beoordeelde het hoger beroep van de VVE en concludeerde dat de rechtbank zich onbevoegd had verklaard om het bezwaar tegen de vergunning van rechtswege te behandelen. De Raad van State stelde dat de vergunning van rechtswege een primair besluit was waartegen bezwaar openstond en dat dit niet als onderdeel van het beroep bij de rechtbank kon worden behandeld. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover die betrekking had op de vergunning van rechtswege en verklaarde de rechtbank onbevoegd om van het bezwaar kennis te nemen.
Daarnaast oordeelde de Raad van State dat de klacht van de VVE over het in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit van 24 juni 2021 ongegrond was. Het college had dit besluit namelijk al herroepen, waardoor het juridisch niet meer bestond. De Raad van State wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe aan de VVE en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van € 1000,00 aan de VVE. Ook werden de proceskosten aan de VVE vergoed.
Dit oordeel benadrukt de belangrijke rol van de wettelijke beslistermijnen en de gevolgen van het niet tijdig beslissen door bestuursorganen, evenals de complexiteit van procedures rondom vergunningen en het belang van correcte juridische procedures.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




