De zaak in het kort
In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een verdachte veroordeeld voor verkrachting, poging tot doodslag, poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal. De verdachte, die al eerder veroordeeld was voor soortgelijke misdrijven, heeft een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd gekregen, evenals een terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging. Het hof achtte de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar vanwege een licht verstandelijke beperking en verschillende stoornissen, waaronder alcohol- en drugsverslaving. De benadeelde partijen hebben schadevergoedingen toegekend gekregen voor materiële en immateriële schade.
Het verloop van het proces en de feiten
De verdachte heeft in hoger beroep beroep aangetekend tegen een eerdere veroordeling door de rechtbank Midden-Nederland. De zaak betrof ernstige strafbare feiten gepleegd in juli 2023, waaronder verkrachting en een poging tot doodslag op een vrouw (benadeelde 2) die haar hond uitliet. Tijdens de aanval heeft de verdachte haar bedreigd en fysiek geweld gebruikt, waaronder het dichtknijpen van haar keel, waardoor zij dacht dat zij zou sterven.
Daarnaast was er een tweede incident met een andere vrouw (benadeelde 1), waarbij de verdachte probeerde haar van haar vrijheid te beroven. Hij versperde haar de doorgang met zijn fiets en probeerde haar mee te trekken, maar zij wist te ontsnappen.
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de verdachte erkend dat hij de misdrijven had gepleegd onder invloed van alcohol en drugs. Zijn verdediging stelde dat er geen sprake was van opzet op doodslag, maar het hof oordeelde anders. Het dichtknijpen van de keel van het slachtoffer werd als bewijs van een poging tot doodslag beschouwd, waarbij het hof concludeerde dat de verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat zijn handelen tot de dood van het slachtoffer kon leiden.
In het hoger beroep heeft de verdachte meegewerkt aan een psychologisch en psychiatrisch onderzoek. De deskundigen concludeerden dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een verstandelijke ontwikkelingsstoornis en verslavingsproblemen. Deze stoornissen droegen bij aan de gepleegde misdrijven.
De beslissing van de rechtbank.
Het hof bevestigde de gevangenisstraf van acht jaar die eerder door de rechtbank was opgelegd. Daarnaast legde het hof de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op, omdat er een hoog risico op recidive was vastgesteld. De deskundigen hadden geconcludeerd dat de verdachte een gevaar voor de samenleving vormde en dat behandeling noodzakelijk was in een kader dat voldoende garanties bood om het herhalingsgevaar te beheersen.
De benadeelde partij (benadeelde 2) heeft een schadevergoeding van €40.879,58 toegekend gekregen, bestaande uit materiële en immateriële schade. Voor de tweede benadeelde partij (benadeelde 1) werd een schadevergoeding van €1.637,04 toegewezen. Beide bedragen zijn vermeerderd met wettelijke rente. Het hof wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat de verdachte al een aanzienlijke straf en tbs-maatregel was opgelegd.
De beslissing van het hof houdt in dat de verdachte na het uitzitten van zijn gevangenisstraf in een tbs-kliniek moet verblijven voor dwangverpleging, waarbij de maatregel niet gemaximeerd is en langer kan duren dan vier jaar. Het hof achtte het noodzakelijk dat de verdachte een langdurige behandeling ondergaat om het risico op herhaling van dergelijke ernstige misdrijven te verkleinen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




