De zaak in het kort
In 2015 heeft [gedaagde] sperma gedoneerd voor IVF-behandelingen van [eiseres], waarna zij in 2017 een donorovereenkomst sloten. [eiseres] werd zwanger en beviel in 2019 van een zoon. Ze wilde de donorovereenkomst vernietigen op basis van dwaling of misbruik van omstandigheden, maar de rechtbank wees dit af, omdat er geen sprake was van een wilsgebrek. [gedaagde] diende tegenvorderingen in die deels werden toegewezen: [eiseres] kreeg een contactverbod en moest een immateriële schadevergoeding betalen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding in december 2024, gevolgd door verschillende schriftelijke rondes en een mondelinge behandeling. De juridische strijd tussen [eiseres] en [gedaagde] ging vooral over de geldigheid van een donorovereenkomst uit 2017. In 2015 was [gedaagde] spermadonor voor [eiseres] tijdens een IVF-procedure in Macedonië. De overeenkomst stelde dat [gedaagde] geen familierechtelijke relatie met het kind zou hebben. Ondanks deze overeenkomst probeerde [eiseres] later het vaderschap van [gedaagde] gerechtelijk vast te stellen, wat in een eerdere zaak door de rechtbank werd afgewezen.
De rechtbank hoorde dat [eiseres] en [gedaagde] verschillende versies van de donorovereenkomst hadden uitgewisseld en dat [eiseres] in WhatsApp-berichten had aangedrongen op het snel tekenen van de overeenkomst. [eiseres] beweerde dat ze onder druk had getekend, maar de rechtbank oordeelde dat de druk vooral van haarzelf kwam. Er waren eerdere juridische procedures geweest, waaronder een strafrechtelijke veroordeling van [eiseres] voor stalking van [gedaagde].
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen van [eiseres] om de donorovereenkomst te vernietigen ongegrond waren. Er was geen bewijs van dwaling of misbruik van omstandigheden. De rechtbank vond dat [eiseres] zelf op het sluiten van de overeenkomst had aangedrongen en dat ze, ook als ze de exacte juridische gevolgen van de overeenkomst had begrepen, waarschijnlijk toch zou hebben ondertekend vanwege haar sterke kinderwens.
In de tegenvorderingen oordeelde de rechtbank dat [gedaagde] recht had op een contactverbod tegen [eiseres], gezien haar voortdurende pogingen om contact met hem te onderhouden, inclusief online stalking. De rechtbank legde een contactverbod op voor de duur van twee jaar en kende een immateriële schadevergoeding van €4.000 toe aan [gedaagde]. Dit bedrag was gebaseerd op de voortdurende inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer door [eiseres]. De rechtbank wees echter een locatieverbod af, omdat er geen recente fysieke bedreiging was aangetoond. Ook werd geen procedeerverbod opgelegd, omdat [eiseres] nog niet eerder over de vernietiging van de overeenkomst had geprocedeerd.
De rechtbank veroordeelde [eiseres] tot het betalen van de proceskosten van [gedaagde], zowel in conventie als in reconventie. De kosten werden niet verhoogd tot de werkelijke proceskosten, omdat er geen sprake was van misbruik van procesrecht door [eiseres]. De rechtbank benadrukte dat ondanks het recht op toegang tot de rechter, de procedure van [eiseres] niet evident ongegrond was.
Tot slot werd [eiseres] bevolen om haar nieuwe adres aan [gedaagde] door te geven, zoals was afgesproken in de donorovereenkomst, en werd haar een dwangsom opgelegd voor elke dag dat ze hier niet aan voldeed. De beslissing werd grotendeels uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, ongeacht een eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




