De zaak in het kort
In deze rechtszaak stond een donorovereenkomst uit 2017 centraal tussen [eiseres] en [gedaagde]. [gedaagde] had in 2015 sperma gedoneerd voor IVF-behandelingen van [eiseres], wat resulteerde in de geboorte van hun zoon in 2019. [eiseres] wilde de overeenkomst vernietigen, bewerend dat ze onder dwaling en misbruik van omstandigheden tot stand was gekomen. De rechtbank wees de vorderingen van [eiseres] af en oordeelde dat er geen sprake was van een wilsgebrek. Daarentegen heeft de rechtbank enkele tegenvorderingen van [gedaagde] toegewezen, waaronder een contactverbod voor [eiseres], de verplichting haar nieuwe adres door te geven en een immateriële schadevergoeding aan [gedaagde].
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een dagvaarding van [eiseres] op 11 december 2024. Gedurende de procedure zijn verschillende documenten en argumenten uitgewisseld tussen de partijen, en er werd een mondelinge behandeling gehouden op 17 september 2025. De feiten die in het vonnis naar voren kwamen, omvatten onder meer de reis van [eiseres] en [gedaagde] naar Macedonië in 2015 voor de spermadonatie en hun communicatie over de donorovereenkomst via WhatsApp en e-mail.
De overeenkomst, ondertekend bij de notaris op 23 oktober 2017, stelde duidelijk dat er geen familierechtelijke betrekking tussen [gedaagde] en het kind zou ontstaan. [eiseres] raakte zwanger door IVF-behandeling en beviel in 2019. [eiseres] probeerde gerechtelijk vaderschap en kinderalimentatie vast te stellen, maar werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast had [eiseres] in 2017 aangifte gedaan van mishandeling tegen [gedaagde], wat resulteerde in vrijspraak voor [gedaagde] in 2021. [gedaagde] op zijn beurt deed aangifte van valsheid in geschrifte en meineed, maar dit leidde niet tot vervolging.
In mei 2018 werd [eiseres] strafrechtelijk veroordeeld voor stalking van [gedaagde], waarvoor ze een immateriële schadevergoeding moest betalen. Verschillende civielrechtelijke procedures volgden, waaronder de huidige zaak, waarin [eiseres] de vernietiging van de donorovereenkomst eiste.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de donorovereenkomst niet vernietigbaar was op basis van dwaling of misbruik van omstandigheden. Het argument van [eiseres] dat zij de overeenkomst niet zou hebben ondertekend als ze de implicaties volledig had begrepen, werd verworpen. De rechtbank vond geen oorzakelijk verband tussen haar vermeende dwaling en de ondertekening van de overeenkomst. Evenmin was er bewijs dat [gedaagde] [eiseres] onder druk had gezet; integendeel, [eiseres] had druk op [gedaagde] uitgeoefend om de overeenkomst te ondertekenen.
Het verzoek van [gedaagde] voor een contactverbod werd wel toegewezen, gezien het aanhoudende contact van [eiseres] en de impact daarvan op [gedaagde]’s persoonlijke levenssfeer. De rechtbank legde een contactverbod op voor twee jaar, met een dwangsom voor iedere overtreding. Ook moest [eiseres] haar adres aan [gedaagde] doorgeven en werd zij veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 4.000,00.
De rechtbank benadrukte het fundamentale recht van [eiseres] op toegang tot de rechter, waardoor een algemeen procedeerverbod niet werd opgelegd. Echter, na deze uitspraak zou het voor [eiseres], met uitzondering van hoger beroep, duidelijk moeten zijn dat verdere procedures over de overeenkomst niet gerechtvaardigd zouden zijn. De proceskosten in zowel conventie als reconventie werden aan [eiseres] toegewezen.
Deze uitspraak illustreert de complexiteit van juridische conflicten rond donorovereenkomsten en de noodzaak van duidelijke afspraken tussen partijen. De rechter benadrukte dat dergelijke overeenkomsten gebruikelijk zijn in donorschapsituaties en dat, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn van misbruik of dwaling, ze niet eenvoudig vernietigd kunnen worden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




