De zaak in het kort
Op 14 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn een besluit genomen om een bovengrondse container voor groente- en fruitafval (GF-container) te plaatsen op de Ugchelseweg ter hoogte van nummers 203 in Ugchelen. Deze container is bedoeld voor de bewoners van de nabijgelegen patiowoningen. Keivast vastgoedontwikkeling V.O.F. en andere belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen deze beslissing, omdat zij van mening zijn dat er sprake is van een onjuiste wettelijke grondslag en dat de plaatsing van de container privaatrechtelijke problemen veroorzaakt.
Het verloop van het proces en de feiten
Het college besloot de bovengrondse GF-container te plaatsen om huishoudelijk afval van de bewoners van de Ugchelseweg te faciliteren. Keivast en anderen waren het hier niet mee eens en stelden beroep in tegen het besluit. Zij voerden aan dat het besluit gebaseerd was op een onjuiste wettelijke grondslag en dat de container zou worden geplaatst op grond die niet eigendom is van de gemeente Apeldoorn. Bovendien betoogden zij dat er geen noodzaak was voor een nieuwe container, omdat er al een container aan de Molecatenlaan stond die volgens hen dichter bij de patiowoningen was.
Keivast had echter geen zienswijze ingediend tijdens de voorbereidingsprocedure, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep hoefde te leiden, omdat Keivast als belanghebbende kon worden aangemerkt.
Daarnaast betoogden Keivast en anderen dat de aangewezen locatie in strijd was met de beleidsregels van de gemeente, die onder andere voorschrijven dat containers niet te dicht bij woonhuizen geplaatst mogen worden. Ook waren zij van mening dat de container hinder zou veroorzaken in de vorm van geuroverlast en ongedierte.
De beslissing van de rechtbank
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van Keivast en anderen ongegrond verklaard. De Afdeling stelde vast dat het college weliswaar een onjuiste verwijzing naar een artikel in het besluit had gemaakt, maar dat dit niet afdoet aan de bevoegdheid van het college om het besluit te nemen. Het college handelde namelijk op basis van de juiste wettelijke grondslagen zoals opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening 2014 en het Uitvoeringsbesluit afvalstoffen APV 2023.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering, aangezien de VvE van de patiowoningen toestemming had gegeven voor de plaatsing van de container op hun grond. De Afdeling vond ook dat er voldoende noodzaak was voor de plaatsing van een extra container, omdat de bestaande container aan de Molecatenlaan niet voldoende capaciteit had voor de afvalbehoefte van zowel de appartementen als de patiowoningen.
Met betrekking tot de beleidsregels stelde de Afdeling vast dat de container op een afstand van 5 meter van het naastgelegen woonhuis zou worden geplaatst, wat in overeenstemming is met de regels. Ook was er geen richtlijn die stelde dat een container niet in het zicht vanuit een woning mocht staan.
Ten slotte oordeelde de Afdeling dat de mogelijke geuroverlast en hinder van ongedierte niet zodanig waren dat het college had moeten afzien van de aanwijzing van de locatie. De constructie van de container en het regelmatig legen en schoonmaken ervan zouden dergelijke hinder tot een minimum beperken.
De Afdeling concludeerde dat het college de locatie terecht had aangewezen voor de plaatsing van de GF-container en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen aan Keivast en anderen, aangezien het college geen onrechtmatige handelingen had verricht.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




