De zaak in het kort
In de rechtszaak behandeld door de rechtbank Gelderland, heeft de eiser, [eiser], een schadevergoeding geëist van [gedaagde] na een incident met hijswerkzaamheden waarbij composietplanken beschadigd raakten. De eiser beweerde dat de schade veroorzaakt was door nalatigheid van [gedaagde] tijdens het hijsen van de planken naar zijn terras. De rechtbank moest beoordelen of [gedaagde] als individu verantwoordelijk kon worden gehouden, of dat de aansprakelijkheid bij diens bedrijf lag. Uiteindelijk werd geoordeeld dat de eiser de verkeerde partij had gedagvaard en werd de eis afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met de wens van [eiser] om zijn buitenterras te voorzien van nieuwe vlonderplanken. Deze planken werden geleverd door [bedrijf 1] en vervolgens door [gedaagde] met een mobiele kraan naar het terras gehesen. Tijdens deze hijswerkzaamheden vielen de planken van de pallet, wat resulteerde in beschadiging van de planken zelf en het gevelmetselwerk van het gebouw.
Beide partijen vulden na het incident een schadeformulier in. [gedaagde] meldde de schade bij zijn verzekeraar, maar deze dekte de schade aan de lading niet. De gemachtigde van [eiser] stelde [gedaagde] aansprakelijk en eiste een schadevergoeding van € 4.948,50, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente. [gedaagde] betwistte de aansprakelijkheid, voerend dat de opdracht aan diens bedrijf was verstrekt, niet aan hem persoonlijk.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter richtte zich op de vraag of [eiser] de juiste partij had gedagvaard. Het was essentieel om vast te stellen wie de contractuele relatie had met [eiser]. [gedaagde] was van mening dat de opdracht aan zijn bedrijf was verstrekt, en dat hij slechts optrad als bestuurder van de B.V., die de hijswerkzaamheden uitvoerde. De rechtbank vond dat [eiser] onvoldoende had aangetoond dat [gedaagde] persoonlijk verantwoordelijk was voor de uitvoering van de werkzaamheden.
Het was vastgesteld dat de hijswerkzaamheden niet door [gedaagde] zelf, maar door een werknemer van zijn bedrijf waren uitgevoerd. Daarnaast bleek uit de correspondentie dat [eiser] de verantwoordelijkheid bij de firma van [gedaagde] legde, niet bij [gedaagde] als individu. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat [eiser] de verkeerde partij had aangesproken.
De vordering werd daarom afgewezen en [eiser] werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van [gedaagde], begroot op € 677,00. De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de gebruikelijke kostenverdeling, gezien [eiser] in het ongelijk werd gesteld.
Deze zaak benadrukt het belang van het correct identificeren van de verantwoordelijke partij bij contractuele geschillen, vooral wanneer een bedrijf en zijn bestuurders betrokken zijn.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




