De zaak in het kort
In een rechtszaak bij de rechtbank Gelderland draaide het om een schadeclaim van een eiser tegen een gedaagde, die betrokken was bij hijswerkzaamheden. De eiser, eigenaar van een appartement, had composietplanken laten afleveren die tijdens het hijsen naar zijn terras beschadigd raakten. Naast schade aan de planken, was er ook schade aan het metselwerk van het gebouw. De eiser stelde de gedaagde, die de hijswerkzaamheden uitvoerde, aansprakelijk en vorderde een schadevergoeding van bijna €5.000. De rechtbank wees de vordering echter af omdat de verkeerde partij was gedagvaard; de gedaagde had de werkzaamheden niet persoonlijk uitgevoerd, maar namens zijn bedrijf.
Het verloop van het proces en de feiten
De eiser, wonend in een appartement, had de wens om zijn buitenterras te voorzien van een nieuwe vlonder van composietplanken. Deze planken werden besteld en op 7 juli 2025 afgeleverd bij het appartement. De gedaagde, die een mobiele kraan bestuurde, hees de planken naar het terras van de eiser. Tijdens deze hijswerkzaamheden vielen de planken van de pallet en raakten beschadigd. Ook het gevelmetselwerk van het appartement werd beschadigd. Na het incident vulden de eiser en de gedaagde een schadeformulier in.
De eiser claimde de schade bij de gedaagde, maar de aansprakelijkheidsverzekeraar van de gedaagde betwistte de aansprakelijkheid. De verzekeraar stelde dat de lading niet goed was verpakt en dat de opdracht onduidelijk was. De eiser betrok hierop de gedaagde in een juridische procedure, waar hij vorderde tot vergoeding van de schade, bijkomende kosten en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente.
De gedaagde verdedigde zich door te stellen dat hij niet persoonlijk contractpartij was, maar dat de opdracht aan zijn bedrijf was verstrekt. Hij was slechts de bestuurder van de vennootschap die de hijswerkzaamheden uitvoerde. Daarom was hij niet persoonlijk aansprakelijk voor de schade.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank moest beslissen of de eiser de juiste partij had gedagvaard. De kantonrechter benadrukte dat een vennootschap een apart vermogen heeft van haar bestuurders. Wanneer een opdracht wordt verstrekt aan een vennootschap, moeten schadeclaims worden gericht aan de vennootschap en niet aan de persoon van de bestuurder, tenzij er sprake is van onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat de eiser de verkeerde partij had gedagvaard. Er was geen bewijs dat de gedaagde persoonlijk contractpartij was bij de overeenkomst van opdracht. De opdracht was aan de vennootschap van de gedaagde verstrekt, die ook de hijswerkzaamheden uitvoerde. De rechtbank vond dat de eiser onvoldoende had aangetoond dat de gedaagde persoonlijk aansprakelijk was. Er was geen sprake van onbehoorlijk bestuur of van een persoonlijk ernstig verwijt aan de gedaagde.
Als gevolg hiervan werd de vordering van de eiser afgewezen. De eiser werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de gedaagde, die werden begroot op €677. De uitspraak benadrukt het belang van het richten van juridische claims aan de juiste partij en het onderscheid tussen de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en de aansprakelijkheid van hun vennootschap. Deze zaak kan als voorbeeld dienen voor anderen om zorgvuldig te overwegen wie aansprakelijk kan worden gesteld in geval van schade bij zakelijke transacties.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




