De zaak in het kort
In deze zaak heeft Cambium Vastgoed B.V. (hierna Cambium) een verzoek ingediend bij de kantonrechter om een vervangende machtiging te verkrijgen voor het wijzigen van de akte van splitsing van een Vereniging van Eigenaars (VvE). Cambium bezit twee van de vier appartementsrechten in de VvE en wil deze onttrekken aan de splitsing. Dreef Beheer B.V., eigenaar van een ander appartementsrecht, weigert toestemming te geven voor de wijziging van de splitsingsakte. De kantonrechter verleent Cambium de gevraagde vervangende machtiging op basis van artikel 5:140 BW, omdat Dreef Beheer haar toestemming zonder redelijke grond weigert. De kantonrechter wijst echter het verzoek van Cambium af om de onroerende zaken meteen te verdelen, hiervoor moet een aparte dagvaardingsprocedure worden gevolgd.
Het verloop van het proces en de feiten
Cambium heeft een verzoekschrift ingediend waarin zij vraagt om een vervangende machtiging voor het wijzigen van de akte van splitsing met betrekking tot twee appartementsrechten waarover zij beschikt. Dreef Beheer heeft hiertegen verweer gevoerd. De zaak is behandeld tijdens een zitting waarbij beide partijen hun standpunten hebben toegelicht.
Het gebouwencomplex in kwestie is in 2001 gesplitst in vier appartementsrechten. Cambium bezit de appartementsrechten die het uitsluitend gebruik van de begane grond geven, terwijl Dreef Beheer eigenaar is van een ander appartementsrecht. Cambium wil haar deel van het complex onttrekken aan de splitsing en integreren in een herontwikkelingsproject van een aangrenzend pand, dat zal worden omgebouwd tot een wooncomplex met 63 huurwoningen.
Tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE op 19 november 2024 stemden Cambium en een andere eigenaar in met het voorstel tot wijziging van de akte van splitsing. Dreef Beheer stemde echter niet in en was ook niet aanwezig op de vergadering. De notaris heeft de concept-akte naar de belanghebbenden gestuurd, die grotendeels akkoord gingen met het voorstel, behalve Dreef Beheer.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft beoordeeld dat Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking aan de wijziging van de akte van splitsing weigert. De kantonrechter verleent Cambium daarom een vervangende machtiging op grond van artikel 5:140 BW. Dit artikel bepaalt dat als een eigenaar zonder redelijke grond weigert mee te werken aan een wijziging van de splitsingsakte, de kantonrechter een vervangende machtiging kan verlenen.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de belangen van Dreef Beheer niet voldoende onderbouwd zijn om de weigering te rechtvaardigen. Argumenten zoals verlies van inspraak in toekomstige wijzigingen en mogelijke huurderving zijn volgens de rechter onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook het argument van constructieve problemen door de voorgenomen sloop is niet voldoende onderbouwd.
De kantonrechter heeft het verzoek van Cambium om de onroerende zaken meteen te verdelen afgewezen. Voor een dergelijke verdeling moet een aparte procedure bij de rechtbank worden gevoerd. De kantonrechter oordeelde dat de huidige procedure niet geschikt is voor dergelijke verdelingsvorderingen.
Daarnaast heeft de kantonrechter bepaald dat Dreef Beheer binnen veertien dagen na betekening van de beschikking alle noodzakelijke medewerking moet verlenen voor het passeren van de notariële akte. Dit op straffe van een dwangsom van €1.000,- per dag, met een maximum van €50.000,-. Verder zijn de proceskosten toegewezen aan Cambium, aangezien Dreef Beheer grotendeels in het ongelijk is gesteld.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Cambium de beschikking direct ten uitvoer kan leggen, zelfs als Dreef Beheer in hoger beroep zou gaan. De kantonrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en geconcludeerd dat de belangen van Cambium zwaarder wegen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




