De zaak in het kort
Deze zaak betreft een geschil tussen de eigenaren van een appartementsrecht en de Vereniging van Eigenaren (VvE) over de bouw van een dakopbouw zonder voorafgaande toestemming van de VvE. De eigenaren hebben de VvE verzocht om goedkeuring voor hun dakopbouw nadat deze al was gerealiseerd. De VvE weigerde de goedkeuring omdat de dakopbouw niet voldeed aan de specificaties zoals vastgelegd in de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. De eigenaren stelden dat zij geen toestemming nodig hadden en dat het besluit van de VvE nietig was.
Het verloop van het proces en de feiten
De eigenaren van een appartement in een gebouw dat wordt beheerd door de VvE hebben in 2021 een omgevingsvergunning gekregen voor de bouw van een dakopbouw. Deze vergunning was verleend onder de voorwaarde dat de eigenaren toestemming van de VvE zouden vragen, wat zij aanvankelijk niet deden. De dakopbouw werd gerealiseerd tussen eind 2024 en begin 2025, en had vier glazen panelen. De eigenaren vroegen pas in februari 2025 toestemming aan de VvE.
Tijdens een vergadering van de VvE op 3 juni 2025 werd het verzoek van de eigenaren om de bouw te legaliseren afgewezen omdat er geen gekwalificeerde meerderheid was. De VvE baseerde haar beslissing op de nieuwe splitsingsakte en het huishoudelijk reglement, die vereisten dat veranderingen aan het gebouw, zoals een dakopbouw, eerst goedgekeurd moesten worden. De oude splitsingsakte vereiste ook toestemming voor dergelijke wijzigingen, tenzij de dakopbouw voldeed aan een specifieke bouwtekening, wat in dit geval niet het geval was.
De eigenaren voerden aan dat het besluit van de VvE nietig was omdat het in strijd zou zijn met de oude regels die van toepassing waren toen de dakopbouw werd gebouwd. Zij verzochten de rechtbank om het besluit van de VvE te vernietigen, het huishoudelijk reglement nietig te verklaren, en hun een vervangende machtiging te verlenen voor de dakopbouw.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat de VvE het verzoek van de eigenaren op 3 juni 2025 terecht had behandeld volgens de nieuwe splitsingsakte en het huishoudelijk reglement, aangezien deze op dat moment van kracht waren. De rechter stelde vast dat de nieuwe regels geen grote inhoudelijke wijzigingen met zich meebrachten ten opzichte van de oude regels wat betreft toestemming voor dakopbouwen. Zowel onder de oude als de nieuwe regels was toestemming van de VvE nodig, en de dakopbouw van de eigenaren week af van de toegestane ontwerpen.
De rechtbank wees erop dat de eigenaren zich ervan bewust waren dat hun dakopbouw niet voldeed aan de vastgestelde criteria en dat zij voorafgaand aan de bouw toestemming hadden moeten vragen. Het feit dat zij pas later goedkeuring vroegen, veranderde niets aan de vereiste procedures. De rechtbank wees verder het verzoek om een vervangende machtiging af, omdat de VvE een redelijke grond had om toestemming te weigeren, namelijk het behoud van de uniforme uitstraling van het gebouw.
De verzoeken van de eigenaren werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op € 609,50. De beslissing van de rechtbank bevestigde het belang van het volgen van de overeengekomen regels binnen een VvE en de noodzaak van voorafgaande toestemming voor bouwprojecten die de gemeenschappelijke delen van een gebouw beïnvloeden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




