De zaak in het kort
In de zaak die voor het gerechtshof Den Haag diende, stond de vraag centraal of [appellante], handelend onder de naam Vivere VvE Beheer en Administraties, verplicht kon worden om bepaalde stukken van de stookkostenadministratie te verstrekken aan de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het gebouw aan [adres 2]. Deze VvE had samen met [VvE 1] en nog twee andere VvE’s een gemeenschappelijke stookinstallatie en er was een geschil over de afrekening van de stookkosten. Het gerechtshof moest beslissen of [appellante] deze stukken moest afgeven, op basis van eerder gedane toezeggingen.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon toen de Vereniging van Eigenaars van het gebouw aan [adres 2] bij de rechtbank Rotterdam een procedure startte tegen [appellante] en [VvE 1]. Zij eisten afgifte van diverse stukken met betrekking tot de stookkostenadministratie van de jaren 2018 tot en met 2021. [appellante] had tot 1 december 2020 de administratie voor [VvE 2] beheerd, maar sinds die datum was het beheer overgenomen door 24/7 VvE Beheer B.V. Er ontstond een geschil toen [appellante] niet alle gevraagde stukken aan de nieuwe beheerder van [VvE 2] wilde of kon overhandigen.
De rechtbank heeft de vordering van [VvE 2] deels toegewezen. [appellante] moest een aantal stukken afgeven, waaronder de afrekening van de stookkosten over 2021 en een correctie van de afrekening van 2020. Er werd een dwangsom opgelegd voor het geval [appellante] niet aan de veroordeling zou voldoen. [appellante] en [VvE 1] gingen in hoger beroep omdat zij het niet eens waren met het vonnis van de rechtbank. Zij stelden dat de gevraagde stukken al waren overhandigd of dat die niet bestonden. Bovendien vonden zij dat de dwangsom onterecht was opgelegd.
Tijdens het hoger beroep legde [VvE 2] een aanvullende vordering neer voor de jaarrekeningen 2018-2020, omdat deze volgens hen niet naar behoren waren opgesteld, met name omdat de stookkosten niet naar rato van verbruik waren verdeeld.
De beslissing van de rechtbank.
Het gerechtshof Den Haag moest beoordelen of [appellante] gehouden was de gevraagde stukken alsnog te verstrekken. Het hof concludeerde dat uit de e-mailcorrespondentie tussen de partijen bleek dat er toezeggingen waren gedaan over het verstrekken van de stukken. Het hof oordeelde dat [appellante] deze toezeggingen moest nakomen en dat de stellingen van [VvE 2] voldoende waren onderbouwd. Daarom besliste het hof dat [appellante] de stukken met betrekking tot de stookkostenafrekeningen over 2020 en 2021, evenals de jaarrekeningen 2018-2020, alsnog moest overhandigen.
Het hof bekrachtigde grotendeels het vonnis van de rechtbank en handhaafde de opgelegde dwangsom van € 500 per dag tot een maximum van € 10.000. Bovendien werd [appellante] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten in zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. Het hof stelde dat het beheer van de stookkostenadministratie een essentieel onderdeel was van de beheerderstaken en dat [appellante] deze taken eerder had uitgevoerd.
De uitspraak van het hof onderstreept het belang van duidelijke afspraken en de verplichting om dergelijke afspraken na te komen, vooral in situaties waar gemeenschappelijke belangen, zoals bij VvE’s, betrokken zijn.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




