De zaak in het kort
De rechtbank Den Haag heeft een beschikking gegeven in een civiele zaak betreffende de verdeling van een beperkte huwelijksgemeenschap na echtscheiding. De partijen, aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’, waren in een beperkt gemeenschapsregime gehuwd, wat betekent dat alleen de tijdens het huwelijk opgebouwde goederen tot de gemeenschap behoren. De rechtbank moest beslissen over de toedeling van de echtelijke woning, de inboedel, financiële vorderingen, en persoonlijke eigendommen, zoals gouden sieraden en een auto.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een verzoekschrift voor echtscheiding, ingediend door de man op 2 oktober 2024. De echtscheiding werd uitgesproken op 13 augustus 2025, waarna de rechtbank de verdere beslissingen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap aanhield. Er volgden meerdere schriftelijke rondes, waarin beide partijen hun standpunten met betrekking tot de verdeling naar voren brachten. De vrouw diende ook zelfstandig een verzoek in voor de verdeling van de gemeenschap, waarbij zij onder meer vroeg om toedeling van de echtelijke woning aan haar.
Tijdens de zitting van 13 november 2025 werd de zaak verder behandeld, waarbij beide partijen en hun advocaten aanwezig waren. Diverse financiële documenten en verklaringen werden ter onderbouwing van de standpunten overgelegd. De man en de vrouw hadden verschillende verzoeken ingediend betreffende de verdeling van bezittingen en vorderingen, zoals de echtelijke woning, bankrekeningen, persoonlijke bezittingen en schulden.
De echtelijke woning was een belangrijk geschilpunt. Beide partijen wilden de woning toegewezen krijgen. De vrouw woonde tijdelijk bij haar ouders en had geen goede werkfaciliteiten, terwijl de man de woning voor zijn werk-privé balans wilde behouden. De rechtbank moest een belangenafweging maken gezien de omstandigheden van beide partijen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besloot om de echtelijke woning primair aan de vrouw toe te delen, gegeven haar nijpende woonsituatie en werkgerelateerde redenen. De vrouw heeft de mogelijkheid om de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde en de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek te ontslaan. Indien zij hierin niet slaagt, zal de woning aan de man worden toebedeeld onder dezelfde voorwaarden. Als geen van beiden de woning kan overnemen, zal deze aan een derde worden verkocht, waarbij de over- of onderwaarde tussen de partijen wordt gedeeld.
De inboedel die bij de woning hoort, wordt aan de persoon die de woning overneemt toegewezen. Voor overige inboedelstukken moeten de man en de vrouw tot een verdeling komen volgens een lijst die door de vrouw is overlegd.
De rechtbank bepaalde verder dat de saldi van de bankrekeningen op de peildatum (indiening van het echtscheidingsverzoek) bij helfte verdeeld moesten worden. De man kreeg de auto toegewezen, maar moet de vrouw de helft van de waarde vergoeden. De vrouw krijgt de gouden sieradensets toegewezen zonder verrekening, terwijl de man persoonlijke goederen zoals een halsketting en horloge terugkrijgt.
Wat betreft financiële vorderingen oordeelde de rechtbank dat de man een regresvordering heeft op de vrouw voor de helft van de kosten die hij voorafgaand aan het huwelijk betaalde voor de gemeenschappelijke woning. Echter, de rechtbank wees de meeste andere financiële claims van de man af, wegens gebrek aan onderbouwing of omdat deze gebaseerd waren op uitgaven die tijdens het huwelijk als gemeenschappelijke kosten moeten worden gezien.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat de vrouw moet bijdragen aan bepaalde lasten van de woning tot de uiteindelijke overdracht en dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




