De zaak in het kort
De zaak betreft een woning die in 1968 is opgesplitst in drie appartementen zonder dat er destijds een vereniging van eigenaars (VVE) is opgericht. [Verzoekster] bezit het appartement op de begane grond, terwijl [verweerster] eigenaar is van de twee bovenliggende appartementen. Volgens de splitsingsakte moeten de eigenaren bijdragen aan de gezamenlijke kosten en schulden, waarbij [verzoekster] een derde en [verweerster] twee derde van de kosten draagt. [Verweerster] heeft de kantonrechter verzocht om de splitsingsakte te wijzigen voor de oprichting van een VVE en om de bijdrageverplichting aan te passen op basis van het woonoppervlak van de appartementen. De kantonrechter keurde beide verzoeken goed, maar het gerechtshof bekrachtigde alleen de oprichting van een VVE en wees de wijziging van de bijdrageverplichting af.
Het verloop van het proces en de feiten
In hoger beroep, dat begon met een beroepschrift van [verzoekster] ingediend op 13 november 2024, werd de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 augustus 2024 aangevochten. [Verweerster] diende een verweerschrift in en wijzigde haar verzoeken. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 september 2025 hebben beide partijen hun standpunten gepresenteerd. Het hof ontving aanvullende documentatie van [verweerster] van haar hypotheekverstrekker, Obvion N.V., die geen bezwaar had tegen de verzoeken van [verweerster]. [Verzoekster] heeft hierop niet gereageerd.
De splitsingsakte uit 1968 verdeelt de woning in drie appartementen, waarbij elk appartement voor een derde bijdraagt aan de gemeenschappelijke kosten en schulden. Er is geen VVE opgericht, wat volgens artikel 5:111 en 5:112 BW verplicht is. [Verweerster] verzocht de kantonrechter om de splitsingsakte te wijzigen voor de oprichting van een VVE en om de bijdrageverplichting te wijzigen, gebaseerd op het woonoppervlak van de appartementen. [Verzoekster] voerde verweer tegen beide verzoeken. De kantonrechter stemde in met beide verzoeken, waarna [verzoekster] in hoger beroep ging.
In hoger beroep vroeg [verzoekster] om de beschikking van de kantonrechter te vernietigen en de verzoeken van [verweerster] af te wijzen, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten. [Verweerster] vroeg om bekrachtiging van de beschikking van de kantonrechter of om wijziging van de splitsingsakte om een VVE op te richten en de breukdelen aan te passen. Het hof beoordeelde of deze verzoeken konden worden toegewezen.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof oordeelde dat het verzoek voor de oprichting van een VVE wel gerechtvaardigd was. Het hof stelde vast dat de splitsingsakte niet voldeed aan de wettelijke vereisten omdat deze geen reglement bevatte voor de oprichting van een VVE. [Verweerster] had voldoende belang bij de oprichting van een VVE omdat hypotheekverstrekkers vaak een VVE vereisen. Bovendien zou een VVE bijdragen aan een betere samenwerking voor het onderhoud van de gemeenschappelijke delen van de woning. Het hof wees echter het verzoek voor wijziging van de bijdrageverplichting af. [Verzoekster] had redelijke gronden om haar medewerking te weigeren. De bestaande bijdrageverplichting was een objectieve maatstaf en niet ongebruikelijk voor vergelijkbare woningen in de straat.
Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en bepaalde dat de splitsingsakte moest worden gewijzigd om te voldoen aan de artikelen 5:111 en 5:112 BW, maar uitsluitend voor de oprichting van een VVE. Het hof wees het verzoek tot wijziging van de breukdelen af en verklaarde dat beide partijen hun eigen proceskosten moeten dragen.
De uitspraak van het gerechtshof Den Haag op 28 oktober 2025 benadrukt het belang van wettelijke conformiteit in splitsingsaktes en de noodzaak van een formele VVE voor appartementsgebouwen. Het hof erkende het belang van [verweerster] bij de oprichting van een VVE, maar vond onvoldoende reden om de bestaande financiële bijdrageverplichtingen te wijzigen. Het vonnis biedt duidelijkheid over de toepassing van artikelen 5:111 en 5:112 BW in gevallen waar splitsingsaktes niet aan moderne eisen voldoen, maar toont ook aan dat bestaande financiële verdelingen niet zomaar gewijzigd worden zonder gegronde redenen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




