De zaak in het kort
In deze zaak draait het om een conflict binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) in Limburg. Het gaat om de verhoging van de maandelijkse eigenaarsbijdrage, die volgens een lid van de VvE, [lid VvE], niet rechtsgeldig zou zijn. De VvE had besloten de bijdrage te verhogen van € 75,00 naar € 166,67 per maand, maar [lid VvE] bleef het oude bedrag betalen. Daarnaast weigerde hij te betalen voor kosten gerelateerd aan het herstel van balkons en een rapport over funderingsherstel. De rechtbank moest beslissen of de besluiten van de VvE rechtsgeldig waren en of [lid VvE] de gevorderde bedragen alsnog moest betalen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van de VvE tegen [lid VvE], waarin verschillende stukken en verweren werden uitgewisseld. De VvE had tijdens een algemene ledenvergadering op 18 december 2024, waar [lid VvE] niet bij aanwezig was, de begroting voor 2025 vastgesteld. Dit hield in dat de maandelijkse bijdrage voor [lid VvE] werd verhoogd. Daarnaast werden kosten gemaakt voor onderhoud aan de balkons en een funderingsonderzoek, waarvoor [lid VvE] volgens de VvE moest bijdragen.
[lid VvE] voerde aan dat de besluiten niet rechtsgeldig waren, omdat ze niet in overeenstemming met de statuten en wettelijke procedures zouden zijn genomen. Hij betoogde dat hij de besluiten daarom niet hoefde te respecteren en stelde ook dat het bestuur van de VvE ontslagen moest worden wegens wantrouwen en onbehoorlijk bestuur. Verder eiste [lid VvE] inzage in de administratie van de VvE en een vergoeding voor een door hem betaald bouwkundig rapport dat de VvE zou hebben gebruikt.
Het conflict werd verder bemoeilijkt door onderlinge spanningen tussen [lid VvE] en andere leden van de VvE, die ook familie van elkaar waren. Er waren eerder al rechtszaken geweest tussen [lid VvE] en andere betrokkenen, waaronder zijn huurder, die tevens de ex-partner was van de voorzitter van de VvE.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [lid VvE] niet tijdig de vernietiging van de besluiten had ingeroepen en dat er geen sprake was van nietigheid. De besluiten van de VvE waren dus rechtsgeldig. [lid VvE] werd daarom veroordeeld tot betaling van de achterstallige bedragen aan de VvE, waaronder de verhoogde maandelijkse bijdrage en de kosten voor het balkonherstel en de funderingsrapportage.
De rechtbank wees de tegenvorderingen van [lid VvE] af. De vordering tot ontslag van het bestuur was niet toewijsbaar, aangezien het ontslag van een VvE-bestuur voorbehouden is aan de vergadering van eigenaars. [lid VvE] had ook geen recht op inzage in de gevraagde stukken volgens de toepasselijke bepalingen, en zijn claims inzake een onrechtmatig gebruik van het Premiumkeur-rapport en de tekeningen van [bedrijf] werden ongegrond verklaard.
Tot slot werd [lid VvE] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE. De rechtbank benadrukte dat [lid VvE] zijn verweren en vorderingen beter had moeten onderbouwen en tijdig actie had moeten ondernemen indien hij van mening was dat de besluiten onrechtmatig waren. De uitspraak bekrachtigde de beslissingen van de VvE en legde een financiële last op [lid VvE] voor zijn aandeel in de gemeenschappelijke kosten en de proceskosten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




