De zaak in het kort
In deze zaak verzocht de eigenaar van meerdere appartementen in een monumentaal grachtenpand in Amsterdam, hierna aangeduid als [verzoeker], de rechtbank om een voorlopig deskundigenonderzoek te laten uitvoeren. Dit verzoek kwam voort uit schade aan het pand die volgens [verzoeker] was ontstaan door verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd door de bewoners van het appartement op de begane grond, aangeduid als [verweerders]. Hoewel beide partijen het erover eens waren dat er schade was, waren ze het oneens over de omvang en de oorzaken van die schade. Eerdere onderzoeken door ingehuurde experts hadden tot verschillende conclusies geleid, wat de noodzaak voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek versterkte.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een verzoekschrift van [verzoeker] op 4 december 2024, waarin werd gevraagd om een voorlopig deskundigenbericht op basis van artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [verzoeker] stelde dat [verweerders] hun verbouwingswerken niet volgens de afspraken hadden uitgevoerd, wat schade aan het pand had veroorzaakt. Ze benadrukte de noodzaak van een deskundige om vast te stellen welke schade direct gerelateerd was aan de verbouwing.
[verweerders] dienden een verweerschrift in waarin ze bezwaar maakten tegen het verzoek van [verzoeker]. Ze argumenteerden dat [verzoeker] geen wezenlijk belang had bij het verzoek en waren het oneens met de voorgestelde vragen en deskundigen. Tijdens een mondelinge behandeling in april 2025 bleek dat [verweerders] wel openstonden voor een onafhankelijk onderzoek, maar bezwaar hadden tegen de door [verzoeker] voorgestelde reikwijdte en kostenverdeling van het onderzoek.
Ondanks pogingen tot onderling overleg en mediation, slaagden beide partijen er niet in om overeenstemming te bereiken over een onafhankelijke deskundige. [verzoeker] had aanvankelijk twee partijen voorgedragen, maar besloot uiteindelijk dat Haskoning Nederland B.V. de meest geschikte partij was, gezien hun ervaring met monumentale panden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besloot in het voordeel van [verzoeker] en wees het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe. De rechtbank benoemde M. Hermens van Haskoning Nederland B.V. als deskundige om de schade te onderzoeken. Het onderzoek zou zich specifiek richten op de schade die direct te relateren was aan de verbouwingswerkzaamheden van [verweerders]. De rechtbank bepaalde dat de kosten van het voorschot voor de deskundige door [verzoeker] moesten worden betaald, zoals gebruikelijk volgens de wettelijke voorschriften.
De rechtbank stelde een reeks vragen op die de deskundige moest beantwoorden, gericht op het vaststellen van de huidige staat van het pand in vergelijking met een voorafgaande nulmeting. De vragen omvatten ook de oorzaak van de vastgestelde schade, de veiligheidsaspecten van het pand, en een globale inschatting van de herstelkosten.
De rechtbank benadrukte de wettelijke verplichting voor beide partijen om mee te werken aan het onderzoek en stelde dat [verweerders] toegang moesten verlenen tot hun woning voor het onderzoek. Bovendien moesten beide partijen de deskundige van de nodige informatie en documentatie voorzien.
Met deze beslissing hoopte de rechtbank een objectieve basis te bieden voor verdere juridische stappen of onderhandelingen tussen de partijen. Het rapport van de deskundige zou beide partijen inzicht geven in de aansprakelijkheid en mogelijke vervolgstappen, en zou kunnen dienen als basis om de omvang van eventuele herstelwerkzaamheden en de kosten daarvan vast te stellen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




