De zaak in het kort
In deze juridische kwestie oordeelt de Rechtbank Amsterdam dat er geen sprake is van non-conformiteit bij de verkoop van een woning. De kopers, aangeduid als [eisers], hebben de verkoper, [gedaagde], aangeklaagd omdat zij na aankoop van de woning diverse bouwkundige onvolkomenheden ontdekten die volgens hen niet overeenkwamen met wat zij op basis van de koopovereenkomst mochten verwachten. Zij stelden dat de woning niet geschikt was voor normaal gebruik door deze gebreken en dat de verkoper deze gebreken had moeten melden. De rechtbank oordeelt echter dat de woning, ondanks de aangetroffen gebreken, nog steeds geschikt is voor normaal gebruik en dat [gedaagde] geen mededelingsplicht heeft geschonden. De vorderingen van [eisers] worden afgewezen en zij worden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van [eisers] op 15 april 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord van [gedaagde] en een tussenvonnis waarin een mondelinge behandeling werd bepaald. De kern van de zaak draait om een woning die [eisers] op 10 maart 2023 hebben gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 895.000,00. De woning maakt deel uit van een gebouwencomplex dat bekend staat als Blok 8. Dit complex bestaat uit verschillende bouwdelen, waarbij de woning van [eisers] tot een rijtje van acht eengezinswoningen behoort die geen deel uitmaken van de hoofd VvE van het complex.
Voor de koop heeft [gedaagde] een vragenlijst ingevuld waarin zij ontkende dat er sprake was van vochtproblemen of wateroverlast. [eisers] lieten een bouwkundige keuring uitvoeren, waarbij een hoog vochtgehalte in de kelderwand werd vastgesteld, maar geen noodzaak voor maatregelen werd geconstateerd. Na de koop traden er diverse vochtplekken en andere bouwkundige problemen aan het licht, die [eisers] ertoe brachten [gedaagde] aansprakelijk te stellen voor de kosten van herstel.
Tijdens het proces kwam naar voren dat er in de parkeergarage van het complex lekkages waren geweest en dat er sprake was van bouwkundige problemen in de aangrenzende appartementen van Vesteda. Echter, er was geen direct bewijs dat deze problemen ook bij de eengezinswoningen, waaronder die van [eisers], speelden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelt of de woning voldoet aan de conformiteitseis volgens artikel 7:17 BW. Deze eis houdt in dat een verkochte zaak moet beantwoorden aan de overeenkomst en de eigenschappen moet bezitten die voor normaal gebruik nodig zijn. De rechtbank stelt vast dat niet elke onvolkomenheid betekent dat een woning niet aan de overeenkomst voldoet. Kopers van een bestaande woning moeten rekening houden met enige mate van onderhoud.
De rechtbank concludeert dat de woning ondanks de gebreken die TechnoConsult had vastgesteld, zoals vochtplekken en problemen met het dakterras, nog steeds geschikt is voor normaal gebruik. Het woongenot van [eisers] is niet wezenlijk aangetast, en er zijn geen ernstige gebreken die normaal gebruik onmogelijk maken. Bovendien heeft [gedaagde] geen informatie achtergehouden die zij verplicht was te delen met [eisers]. Er was geen bewijs dat [gedaagde] op de hoogte was van de specifieke gebreken die TechnoConsult later heeft geconstateerd.
De rechtbank verwerpt daarom de vorderingen van [eisers] en wijst hun verzoek om schadevergoeding af. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van dwaling, omdat [gedaagde] haar mededelingsplicht niet heeft geschonden. Als gevolg daarvan worden [eisers] veroordeeld om de proceskosten van [gedaagde] te betalen, die in totaal € 6.759,00 bedragen. De uitspraak maakt duidelijk dat de woning aan de verwachtingen voldeed die op basis van de koopovereenkomst gerechtvaardigd waren, en dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor de gestelde gebreken.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



