De zaak in het kort
In een juridische kwestie tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een van haar leden, [gedaagde], heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld over de geldigheid van besluiten die tijdens VvE-vergaderingen zijn genomen. De VvE had in een vergadering van 9 december 2022 besloten om de periodieke bijdrage van de eigenaars te verhogen en een eenmalige extra bijdrage aan het reservefonds vast te stellen, zonder dat er een begroting was vastgesteld. [gedaagde] betwistte de geldigheid van deze besluiten en voerde aan dat ze nietig moesten worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de besluiten inderdaad nietig waren omdat ze niet voldeden aan de formele vereisten van het Splitsingsreglement. Daarnaast werden diverse andere vorderingen van [gedaagde] in reconventie beoordeeld, waarvan de meeste werden afgewezen wegens gebrek aan wettelijke of reglementaire basis.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis op 2 mei 2025 en omvatte een mondelinge behandeling op 9 september 2025. De rechter moest beslissen over een vordering van de VvE tegen [gedaagde] voor het betalen van een verhoogde periodieke bijdrage en een eenmalige bijdrage, evenals een tegenvordering van [gedaagde] om deze besluiten nietig te verklaren.
De eigendom van het pand waarin de VvE actief is, is verdeeld in vier appartementsrechten, waarbij [gedaagde] eigenaar is van een van deze appartementen met een breukdeel van 2/5 in de gemeenschap. Tijdens een VvE-vergadering op 9 december 2022, waar [gedaagde] niet aanwezig was, werd besloten de maandelijkse bijdrage te verhogen van €120 naar €180 en een eenmalige bijdrage van €2000 vast te stellen. Deze besluiten werden genomen zonder voorafgaande vaststelling van een begroting, zoals vereist door het Splitsingsreglement.
[gedaagde] voerde aan dat deze besluiten nietig waren omdat ze niet in overeenstemming waren met de vereisten van het Splitsingsreglement en de wet. De VvE daarentegen stelde dat de besluiten rechtsgeldig waren omdat [gedaagde] geen verzoek had ingediend om de besluiten te vernietigen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde in conventie dat de besluiten van de VvE van 9 december 2022 nietig waren omdat er geen door de vergadering vastgestelde begroting aan ten grondslag lag. Hierdoor waren de besluiten om de periodieke bijdrage en de eenmalige extra bijdrage te verhogen nietig. De VvE kon daarom geen aanspraak maken op de gevorderde bedragen of de daaraan verbonden kosten. De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van [gedaagde], begroot op €813.
In reconventie verklaarde de rechtbank voor recht dat de besluiten van 9 december 2022 nietig waren, maar wees de meeste andere vorderingen van [gedaagde] af. Deze vorderingen, zoals het inschakelen van een onafhankelijke accountant voor een audit en het opschorten van betalingen, ontbeerden een wettelijke of reglementaire basis. De rechtbank benadrukte dat dergelijke zaken in de eerste plaats aan de VvE voor besluitvorming moeten worden voorgelegd, waarna bezwaar gemaakt kan worden tegen dergelijke besluiten.
De rechtbank wees wel de vordering van [gedaagde] toe om de VvE te bevelen binnen twee maanden na het vonnis een vergadering bijeen te roepen, zodat de leden kunnen beslissen over de financiële situatie na de uitspraak. De rechtbank vond dat de VvE aan haar verplichting moet voldoen om op democratische wijze besluiten te nemen over belangrijke financiële kwesties.
In reconventie werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE, begroot op €373. Hiermee sluit de rechtbank de zaak af met een nadruk op de noodzaak voor de VvE om haar besluitvormingsprocessen formeel en in overeenstemming met de juridische vereisten te laten verlopen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




