De zaak in het kort
In deze rechtszaak, behandeld door de rechtbank Amsterdam, stonden een aannemer, hierna genoemd [eiser in conventie, verweerder in reconventie], en een Vereniging van Eigenaren (VvE) tegenover elkaar. De kwestie draaide om een geschil over een aannemingsovereenkomst voor renovatiewerkzaamheden aan een pand. De aannemer had verschillende werkzaamheden uitgevoerd, waaronder schilderwerk en voegwerk, maar de VvE was ontevreden over de kwaliteit van het werk, met name het schilderwerk. De VvE besloot daarop de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden. De aannemer was het hier niet mee eens en stelde dat de VvE nog bedragen verschuldigd was uit hoofde van de overeenkomst. De VvE daarentegen vorderde schadevergoeding voor de door haar gestelde tekortkomingen van de aannemer.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van de aannemer op 20 september 2024. De aannemer had een offerte uitgebracht voor werkzaamheden aan het pand van de VvE, die onder andere gevelrenovatie en schilderwerk omvatten. De offerte werd geaccepteerd door de VvE, en de werkzaamheden gingen van start in april 2024. Al snel rezen er problemen, vooral met het schilderwerk. De VvE stelde de aannemer in gebreke wegens het niet naar tevredenheid uitvoeren van het werk en weigerde de tweede termijnfactuur te betalen.
De aannemer staakte zijn werkzaamheden en stelde dat hij recht had op betaling, terwijl de VvE weigerde verdere bedragen te voldoen wegens de slechte kwaliteit van het werk. De VvE schakelde een ander bedrijf in om het schilderwerk te beoordelen, wat leidde tot de conclusie dat het schilderwerk van de aannemer ernstig tekortschietend was. Hierop besloot de VvE om de overeenkomst voor het schilderwerk te ontbinden.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank moest beslissen of de VvE terecht de overeenkomst gedeeltelijk had ontbonden en of de VvE nog bedragen aan de aannemer verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat de VvE het recht had om de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden vanwege de ondeugdelijke uitvoering van het schilderwerk door de aannemer. Het schilderwerk was van zo’n slechte kwaliteit dat het volledig opnieuw moest worden uitgevoerd.
In het vonnis werd bepaald dat de VvE een schadevergoeding van € 10.145,16 ontvangt voor de kosten die zij moet maken om het schilderwerk te laten herstellen. De rechtbank wees verder de vordering van de aannemer af voor betaling van het schilderwerk, maar kende hem wel een bedrag van € 2.152,50 toe voor andere werkzaamheden die niet onder de ontbinding vielen, zoals aanpassing van de regenpijp en parkeerkosten. Buitengerechtelijke incassokosten van € 322,88 werden eveneens aan de aannemer toegewezen.
Wat betreft de overige vorderingen van de VvE, zoals voor de schade aan de beglazing en loodaansluitingen, oordeelde de rechtbank dat de aannemer hiervoor niet aansprakelijk was, omdat onvoldoende was aangetoond dat deze schade door zijn toedoen was ontstaan. De kosten voor het rapport van EP Bouwadvies B.V., gebruikt om de schade aan het schilderwerk vast te stellen, werden wel toegewezen aan de VvE.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moeten dragen. De rechtbank verklaarde het vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, wat inhoudt dat de beslissingen onmiddellijk ten uitvoer gelegd kunnen worden, ondanks een eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




