De zaak in het kort
In deze civielrechtelijke zaak, behandeld door de rechtbank Amsterdam, draait het om een geschil tussen Kikker Energie B.V. en een gedaagde over de vraag of een variabel tarief voor geleverde energie is overeengekomen. Kikker Energie had een bewijsopdracht gekregen om aan te tonen dat er een overeenkomst met een variabel tarief was gesloten. De gedaagde heeft een bedrag van € 2.613,67 erkend als verschuldigd, gebaseerd op een vast contract. De rechtbank oordeelde dat Kikker Energie niet is geslaagd in het leveren van voldoende bewijs voor een variabel tarief. Daarom is de vordering van Kikker Energie, voor zover deze het erkende bedrag overstijgt, afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis op 14 augustus 2025 waarin Kikker Energie werd opgedragen om te bewijzen dat er een variabel tarief was overeengekomen met de gedaagde. Om aan deze bewijsopdracht te voldoen, heeft Kikker Energie diverse producties ingediend, waaronder een nieuwsbrief, een e-mail van de Vereniging van Eigenaren (VvE), en een e-mail van de gedaagde zelf.
1. **De nieuwsbrief van 5 februari 2022:** Kikker Energie presenteerde een kopie van een nieuwsbrief die aan de gedaagde zou zijn verzonden. In deze nieuwsbrief wordt gesproken over een “flexibel contract”, waarbij de energie rechtstreeks op de beurs wordt ingekocht, wat volgens Kikker Energie zou moeten aantonen dat de gedaagde op de hoogte was van een variabel tarief. De kantonrechter oordeelde echter dat de nieuwsbrief niet duidelijk maakt dat er daadwerkelijk een variabel tarief was overeengekomen, mede omdat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een flexibel en een vast contract.
2. **De e-mail van de VvE van 28 augustus 2025:** Deze e-mail, waarin de VvE haar steun aan Kikker Energie uitspreekt, werd door Kikker Energie ingediend als bewijsmateriaal. Echter, de rechtbank vond dat deze e-mail niets zegt over het overeengekomen tarief.
3. **De e-mail van de gedaagde van 22 september 2022:** In deze e-mail verzoekt de gedaagde om een overzicht van het energiegebruik en het contract. Kikker Energie interpreteerde dit als een bevestiging dat de gedaagde op de hoogte was van een variabel tarief. De rechtbank was het hier niet mee eens, omdat de gedaagde juist om het contract vroeg om te controleren welke afspraken er waren gemaakt.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat Kikker Energie er niet in geslaagd is om voldoende bewijs te leveren dat er tussen partijen een overeenkomst met een variabel tarief is gesloten. Hierdoor is de grondslag van de vordering van Kikker Energie, voor zover deze het erkende bedrag van € 2.613,67 overstijgt, niet komen vast te staan. Daarom wordt het meerdere deel van de vordering afgewezen.
Daarnaast heeft Kikker Energie ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente gevorderd. De rechtbank oordeelde dat deze kosten over het erkende bedrag van € 2.613,67 toewijsbaar zijn, omdat de gedaagde dit bedrag had kunnen overmaken aan de deurwaarder na de eerste aanmaning. De kantonrechter heeft een bedrag van € 386,37 aan buitengerechtelijke kosten toegewezen.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk kregen, heeft de rechtbank besloten de proceskosten te compenseren, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat het vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd, ondanks een eventueel hoger beroep.
Samenvattend heeft de rechtbank geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was voor een variabel tarief en is de vordering van Kikker Energie grotendeels afgewezen, behalve voor het reeds erkende bedrag en de incassokosten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



