De zaak in het kort
In deze zaak behandelt de Rechtbank Den Haag de vermogensrechtelijke afwikkeling van een voormalige affectieve relatie tussen een man en een vrouw die gezamenlijk een woning hebben gekocht. Na de beëindiging van hun relatie wil de vrouw de woning aan een derde verkopen, terwijl de man deze wil behouden. De rechtbank besluit dat de man de mogelijkheid krijgt om de woning over te nemen, mits hij de vrouw ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Daarnaast spelen er financiële geschillen over onderlinge betalingen en kosten die tijdens de relatie zijn gemaakt.
Het verloop van het proces en de feiten
De partijen, die geen samenlevingscontract hadden, zijn in 2021 gezamenlijk eigenaar geworden van een woning en hebben voor de aankoop een hypothecaire lening afgesloten. De vrouw heeft de woning in 2024 verlaten, waarna de man de hypotheekbetalingen alleen heeft voortgezet. Naast de woningkwestie zijn er meerdere financiële geschillen tussen de ex-partners. De vrouw heeft vorderingen ingediend voor de verkoop van de woning en voor vergoedingen voor huishoudelijke kosten en kinderbijdragen. De man heeft op zijn beurt vorderingen ingediend voor gemaakte afspraken en investeringen met eigen middelen in de gezamenlijke woning en in de woning van de vrouw elders.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over een makelaar voor de taxatie van de woning. Er is een complex financieel geschil waarbij beide partijen claims hebben voor onkosten die tijdens hun relatie zijn gemaakt, evenals betalingen die volgens hen nog moeten worden verrekend.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besluit dat de man de kans krijgt om de woning over te nemen. Hij moet binnen drie maanden na het taxatierapport van de makelaar aantonen dat hij de woning kan financieren en de vrouw kan ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Als hij hierin niet slaagt, moet de woning aan een derde worden verkocht. De rechtbank legt ook vast hoe de opbrengst en overwaarde van de woning verdeeld moeten worden, rekening houdend met de onderlinge vorderingen van beide partijen.
Wat betreft de financiële vorderingen, oordeelt de rechtbank dat de man een aanzienlijk bedrag aan de vrouw verschuldigd is voor de kosten van de huishouding over meerdere jaren. Tegelijkertijd heeft de vrouw diverse betalingen namens de man verricht, die ook moeten worden verrekend. De rechtbank bepaalt dat de man het saldo van zijn vorderingen op de vrouw moet verrekenen met de overwaarde van de woning als hij deze overneemt. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen de partijen, wat betekent dat elke partij zijn eigen kosten draagt.
Tot slot wijst de rechtbank de vorderingen van de vrouw met betrekking tot kinderalimentatie af en verwijst deze naar de familierechter voor verdere behandeling, zoals vereist in een verzoekschriftprocedure. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ondanks eventuele hoger beroep of cassatie.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



