De zaak in het kort
Bij de rechtbank Den Haag draaide de procedure om de vermogensrechtelijke afwikkeling tussen ex-samenwonenden die samen een woning hadden gekocht. Na het beƫindigen van hun relatie, had de vrouw de woning verlaten, terwijl de man erin bleef wonen. Beiden eisten verdeling van de woning: de vrouw wilde verkoop aan een derde, terwijl de man de woning aan zichzelf wilde toebedeeld hebben. Daarnaast waren er vorderingen over en weer voor kosten die tijdens hun relatie zijn gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de man de kans krijgt om de woning over te nemen, maar als dat niet lukt, dan moet de woning worden verkocht aan een derde.
Het verloop van het proces en de feiten
De partijen, die in 2021 gezamenlijk een woning in eigendom hadden verkregen, hadden tijdens hun relatie geen samenlevingscontract opgesteld. Ze deelden de eigendom van het appartement in gelijke delen, aangeschaft met een hypothecaire lening van ⬠250.000 en een aanvullende betaling uit eigen middelen van ⬠241.370,81. Na het beëindigen van hun relatie in 2024, verliet de vrouw de woning en bleef de man er wonen, waarbij hij als enige de hypotheekaflossingen begon te betalen sinds februari 2025.
De vrouw vorderde de verkoop van de woning aan een derde en betaling van kosten die zij voor de man had gemaakt. De man daarentegen wilde de woning zelf overnemen en had zelf ook vorderingen over kosten die hij voor de vrouw had gemaakt. In het bijzonder beklaagde de man zich over de aflossing van de hypotheekschuld van de vrouw voor een andere woning die hij had betaald.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2025 bereikten de partijen overeenstemming over de taxatie van de woning door een makelaar. Er werd echter geen consensus bereikt over de gemaakte afspraken omtrent de financiƫle afwikkeling tussen hen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besloot dat de man de gelegenheid krijgt om de woning over te nemen onder de voorwaarde dat hij de vrouw kan ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Voor de overname moet de man binnen drie maanden na de taxatie aantonen dat hij de benodigde financiering voor de overname kan verkrijgen en de vrouw het door haar verschuldigde deel van de overwaarde kan betalen. De overwaarde van de woning wordt bepaald door de getaxeerde waarde van de woning minus de openstaande hypotheekschuld per februari 2025.
Als de man niet in staat is de woning over te nemen, moet deze aan een derde worden verkocht. In dat geval moeten partijen gezamenlijk de woning via een makelaar verkopen en zijn de kosten voor de verkoop en notaris voor gezamenlijke rekening. De vrouw moet dan haar deel van de overwaarde, verminderd met de vordering van de man, aan hem betalen.
Verder beoordeelde de rechtbank de aan partijen toe te wijzen vergoedingen voor investeringen en kosten tijdens hun relatie. De man heeft een vordering op de vrouw voor zijn grotere financiƫle inbreng bij de aankoop van de woning en de aflossing van haar hypothecaire lening. De vrouw heeft op haar beurt vorderingen op de man voor haar grotere bijdragen aan de huishoudelijke kosten en andere door haar betaalde bedragen.
De rechtbank besloot tot een compensatie van de proceskosten, waarbij elke partij de eigen kosten draagt. De vorderingen van de vrouw met betrekking tot kinderalimentatie werden afgewezen, omdat deze via een verzoekschriftprocedure bij de familierechter moeten worden behandeld.
Concluderend heeft de man een vordering op de vrouw die bij de verdeling van de woning met de overwaarde zal worden verrekend. Daardoor ontstaat een complexe financiƫle afwikkeling waarbij beide partijen zowel schuldeiser als schuldenaar zijn, afhankelijk van de uiteindelijke verkoop of overname van de woning.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




