VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBDHA:2025:26979 college van Den Haag handhaaft invordering dwangsom

by VvERechstpraak.nl
02/02/2026
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De rechtbank Den Haag heeft zich uitgesproken over de invordering van een last onder dwangsom die was opgelegd aan een lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) in Den Haag. De eiser had verzuimd om rechtsmiddelen in te zetten tegen de oorspronkelijke last onder dwangsom, waardoor deze onherroepelijk werd. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloot tot invordering van de dwangsom nadat geconstateerd werd dat de onderhoudsgebreken aan het pand niet waren verholpen binnen de gestelde termijn. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden die zouden rechtvaardigen dat van invordering werd afgezien.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:872 afwijzing verzoek handhaving geluidoverlast PowerNEST

ECLI:NL:GHDHA:2026:39 Hof Den Haag onderzoekt vastgoedafrekening expert

ECLI:NL:RBROT:2026:872 college Rotterdam niet verplicht om te handhaven

Het verloop van het proces en de feiten

De zaak betreft een VvE waarvan de eiser lid is, die verantwoordelijk is voor het onderhoud van een pand in Den Haag. Op 23 september 2019 werd door toezichthouders geconstateerd dat het pand niet voldeed aan het Bouwbesluit 2012. Hierop volgde een besluit op 5 december 2019 waarin een last onder dwangsom werd opgelegd. De VvE kreeg tot 10 april 2020 de tijd om de gebreken te herstellen.

Vanwege interne problemen binnen het college werd niet tijdig gecontroleerd of aan deze last was voldaan. Daarom werd op 16 maart 2022 een nieuwe last onder dwangsom opgelegd, met een nieuwe termijn. Ook dit keer maakte de VvE geen bezwaar tegen de beslissing.

Op 9 augustus 2022 werd opnieuw een inspectie uitgevoerd. Deze inspectie toonde aan dat de gebreken nog steeds niet waren verholpen. Het college besloot daarom op 19 oktober 2022 over te gaan tot invordering van de dwangsom. Deze beslissing werd zowel aan de eiser als aan het andere lid van de VvE, [bedrijf] B.V., gericht.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank beoordeelde of de invordering van de dwangsom rechtmatig was. Ondanks dat [bedrijf] B.V. de dwangsom heeft betaald, kon de rechtbank niet uitsluiten dat eiser belang had bij de uitspraak vanwege een eventueel regresrecht.

De rechtbank stelde vast dat het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing bleef op deze zaak, aangezien de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 was opgelegd. Dit betekende dat het Bouwbesluit 2012 van toepassing bleef.

De argumenten van de eiser waren gericht op het feit dat het bestreden besluit in strijd zou zijn met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en dat werkzaamheden wel degelijk hadden plaatsgevonden. Verder stelde eiser dat de VvE had moeten worden aangeschreven.

ADVERTISEMENT

De rechtbank merkte echter op dat, nu de eiser geen rechtsmiddelen tegen de oorspronkelijke last had ingezet, deze last onherroepelijk werd. Belanghebbenden kunnen in dergelijke gevallen in de procedure tegen de invorderingsbeschikking niet succesvol gronden aanvoeren die zij in de oorspronkelijke procedure hadden kunnen aanvoeren, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat er in deze kwestie geen sprake was van dergelijke omstandigheden.

De rechtbank bevestigde tevens dat de VvE wel degelijk was aangeschreven. Het college had zowel de VvE als de eiser aangesproken in de last onder dwangsom en in de invorderingsbeschikking.

Een cruciaal aspect van de beslissing was dat bij de invordering van een verbeurde dwangsom een zwaarwegend gewicht moet worden toegekend aan het belang van de invordering. Dit is essentieel voor het gezag van het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan van invordering worden afgezien, en de rechtbank vond niet dat dergelijke omstandigheden door de eiser waren aangetoond.

De rechtbank vond verder dat de feiten en omstandigheden die leidden tot de verbeuring van de dwangsom op een deugdelijke manier waren vastgesteld en vastgelegd, onder andere door middel van foto’s die de geconstateerde gebreken toonden.

Op basis van deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat het college terecht is overgegaan tot het invorderen van de dwangsom. Het beroep van de eiser werd ongegrond verklaard, wat betekende dat de eiser geen gelijk kreeg. Er was ook geen grond voor een vergoeding van de proceskosten of teruggave van het betaalde griffierecht.

Tot slot werd de mogelijkheid tot hoger beroep besproken. Partijen die het niet eens zijn met de uitspraak kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een hogerberoepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:771 verdeling gezamenlijke woning ex-samenwonenden

Next Post

ECLI:NL:RBROT:2026:872 college Rotterdam niet verplicht om te handhaven

Gerelateerde uitspraken>>>

Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBROT:2026:872 afwijzing verzoek handhaving geluidoverlast PowerNEST

04/02/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:GHDHA:2026:39 Hof Den Haag onderzoekt vastgoedafrekening expert

04/02/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBROT:2026:872 college Rotterdam niet verplicht om te handhaven

03/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.