De zaak in het kort
De procedure betreft een hoger beroep voor het Gerechtshof Den Haag in een geschil tussen [appellante] B.V. en [geïntimeerde] B.V. over de afrekening van een vastgoedproject in een specifieke plaats. De kern van het geschil ligt bij de financiële afwikkeling van het project, waarbij [appellante] en [geïntimeerde] het oneens zijn over de hoogte van de ontwikkelkosten en de verkoopopbrengsten van het project. Het hof heeft in een eerder tussenarrest bepaald dat er een deskundige moet worden aangesteld om de werkelijke omvang van een aantal posten aan de opbrengsten- en kostenkant vast te stellen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces is een vervolg op een eerdere uitspraak van de rechtbank en bevindt zich nu in de fase van het hoger beroep. Op 18 februari 2025 heeft het hof een tussenarrest uitgesproken waarin het voornemen werd uitgesproken om een deskundige te benoemen. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich over dit voornemen uit te laten.
In de opbouw van het proces hebben beide partijen diverse aktes ingediend om hun standpunten verder toe te lichten. [geïntimeerde] heeft het hof gevraagd om terug te komen op enkele bindende eindbeslissingen uit het tussenarrest, maar het hof heeft deze verzoeken afgewezen. Het hof blijft bij de eerdere overwegingen en beslissingen.
Het hof heeft vastgesteld dat er verschillen van mening bestaan over verschillende financiële posten. Aan de opbrengstenkant zijn de opbrengsten van appartementen op verschillende locaties en een gemeentelijke bijdrage voor een parkeergarage punt van discussie. Aan de kostenkant gaat het om diverse kostenposten, waaronder bouwkosten, meerwerkkosten en kantoorkosten, waarvoor [appellante] vindt dat een groter aantal kostenposten onderzocht moet worden door de deskundige.
De beslissing van de rechtbank
Het hof heeft besloten dat alle betwiste posten aan een deskundige zullen worden voorgelegd. Deze deskundige, [deskundige] AA, is door het hof aangewezen nadat partijen niet tot overeenstemming konden komen over de keuze van een deskundige. Beide partijen hebben ingestemd met zijn benoeming. Het hof heeft tevens mr. C.A. Joustra als raadsheer-commissaris benoemd om het proces te begeleiden.
De deskundige is gevraagd om de juiste opgave te doen van zowel de opbrengsten- als de kostenposten, en om eventuele verdere relevante opmerkingen te maken. Het voorschot voor de kosten van de deskundige is vastgesteld op €29.040,-, inclusief btw, en zal door [geïntimeerde], als eisende partij, vooraf worden voldaan.
Het hof heeft de tijdlijn voor het deskundigenonderzoek bepaald en instructies gegeven over de wijze waarop de deskundige zijn werkzaamheden dient te verrichten. De resultaten van het onderzoek dienen vóór 12 mei 2026 aan het hof te worden gerapporteerd. Afhankelijk van de bevindingen van de deskundige, zal de zaak verder worden behandeld, waarbij het hof de verdere beslissingen heeft aangehouden in afwachting van het deskundigenrapport.
Het hof benadrukt dat de deskundige zijn onderzoek in beginsel zelfstandig zal verrichten, maar dat de raadsheer-commissaris bij noodzaak leiding kan geven. Zodra het deskundigenrapport is ontvangen, zal de zaak naar de rol worden verwezen voor verdere behandeling, waarbij [geïntimeerde] de gelegenheid krijgt om een memorie na deskundigenbericht in te dienen.
Deze uitspraak toont de complexiteit van financiële geschillen in vastgoedprojecten en de rol van deskundigen in het vaststellen van feiten die de basis vormen voor verdere juridische besluitvorming.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




