De zaak in het kort
In deze zaak behandelt de rechtbank Den Haag een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tussen een man en een vrouw die sinds 2014 gehuwd zijn en samen een minderjarig kind hebben. De rechtbank moet beslissen over de zorgregeling voor het kind, kinderalimentatie, partneralimentatie, voortgezet gebruik van de echtelijke woning, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Het verloop van het proces en de feiten
Het verzoek tot echtscheiding werd ingediend door de man op 25 februari 2025. Beide partijen dienden verschillende verzoeken in, waarbij de man onder andere vroeg om vaststelling van de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vrouw, evenals de vaststelling van de zorg- en opvoedingstaken. Bovendien vroeg hij om kinderalimentatie en partneralimentatie, evenals de verdeling van de huwelijksgemeenschap volgens zijn voorstel.
De vrouw diende een verweerschrift in en verzocht zelfstandig om de echtscheiding, met soortgelijke nevenvoorzieningen als die door de man waren gevraagd, maar met enkele verschillen in de details, zoals een ander bedrag voor kinderalimentatie en voortgezet gebruik van de echtelijke woning. Beide partijen hebben een gezamenlijke minderjarige zoon, geboren in 2017, waarvoor zij gezamenlijk gezag uitoefenen.
Tijdens de zitting op 25 november 2025 waren beide partijen met hun advocaten aanwezig. De rechtbank heeft de stukken doorgenomen, waaronder het verzoekschrift, het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de vrouw, en de reacties daarop van de man.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft besloten de echtscheiding uit te spreken, omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht en er geen sprake is van een ouderschapsplan, maar de partijen deels overeenstemming konden bereiken over de zorg voor hun kind.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van het kind voorlopig bij de vrouw zal zijn, aangezien de man momenteel geen eigen woning heeft om het kind te ontvangen. Zodra de man wel een eigen woning heeft, zal de zorgregeling veranderen naar een meer evenwichtige verdeling.
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen, kwamen de partijen tot overeenstemming over de verdeling, met uitzondering van enkele specifieke vakanties, waarvoor de rechtbank beslissingen nam die aansluiten bij de werkroosters en gebruikelijke praktijken van de partijen.
Voor de kinderalimentatie stelde de rechtbank een bedrag van € 116,- per maand vast, te betalen door de vrouw aan de man, omdat de vrouw tot nu toe de kosten voor het kind heeft gedragen. De ingangsdatum van de alimentatie werd vastgesteld op de datum van de beschikking.
Wat betreft de partneralimentatie, kwamen de partijen overeen dat de vrouw aan de man € 457,- per maand zal betalen, met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De vrouw kreeg het recht om de echtelijke woning voort te zetten voor zes maanden na de inschrijving van de echtscheiding. De verdeling van de huwelijksgemeenschap werd vastgesteld conform de voorstellen van de partijen, met specifieke afspraken over de gezamenlijke bankrekeningen, de inboedel, en een leaseauto.
De vrouw en de man werden verplicht om over en weer medewerking te verlenen aan de notariële overdracht van de echtelijke woning, mocht de vrouw deze niet kunnen overnemen.
Ten aanzien van de proceskosten werd bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt, gezien de familierechtelijke aard van de procedure. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw om een vordering op de man te hebben inzake VvE-kosten en gemeentelijke belastingen af, omdat deze als gezamenlijke huishoudkosten werden beschouwd en niet bleek dat de vrouw meer dan haar aandeel had betaald.
De rechtbank verklaarde haar beschikking, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissingen onmiddellijk uitgevoerd kunnen worden, ongeacht eventuele beroepsprocedures. De beschikking werd uitgesproken op 23 december 2025 door de kinderrechter mr. C.G. Meeder.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




