De zaak in het kort
De rechtbank Gelderland heeft een tussenvonnis gewezen in een geschil tussen de Vereniging van Eigenaars van Woonappartementen “Vaartbroek” te Eindhoven (VvE) en een appartementseigenaar, aangeduid als [gedaagde]. De zaak draait om de vraag of de VvE op juiste wijze de warmtekosten en service-afrekeningen heeft berekend en verdeeld onder de eigenaren van de appartementen. De rechtbank heeft nog geen definitief oordeel gegeven over de warmtekosten en heeft de VvE opgedragen om aanvullend bewijs te leveren. De rechtbank heeft wel een beslissing genomen over de suppleties en heeft [gedaagde] veroordeeld tot betaling van deze bedragen. Voor de service-afrekeningen is deels een eindbeslissing genomen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een eerder tussenvonnis op 8 oktober 2025. In dat tussenvonnis werd vastgesteld dat nog geen eindbeslissing kon worden genomen over de warmtekosten, de suppleties en een deel van de service-afrekeningen. In de huidige uitspraak worden eindbeslissingen genomen over de suppleties en een deel van de service-afrekeningen, terwijl de warmtekosten verder onderzocht moeten worden.
De VvE heeft kosten voor warmteverbruik in rekening gebracht bij [gedaagde] op basis van de regels van de Warmtewet, die voorschrijven dat kosten zoveel mogelijk gebaseerd moeten zijn op werkelijk verbruik. [gedaagde] kon echter niet controleren of de kosten juist waren, omdat hij geen toegang had tot de eindafrekeningen van de energieleverancier. De VvE heeft de kans gekregen om het verbruik en de verbruikskosten over de jaren 2021/2022, 2022/2023 en 2023/2024 nader te onderbouwen.
De VvE heeft in haar akte uiteengezet dat de appartementencomplexen kosten hebben voor gaslevering, meterdiensten en aansluitkosten, en dat deze worden verdeeld volgens een historisch bepaalde verdeelsleutel. [gedaagde] betwistte deze onderbouwing echter, stelde dat de verdeelsleutel onjuist was en dat er geen duidelijk beeld was van de werkelijk door te berekenen kosten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besloot dat de VvE verder bewijs moet leveren over de warmtekosten. Ze moet cijfermatig per factuur, jaar en appartement aantonen dat de verbruikskosten kloppen en reageren op de betwisting van [gedaagde]. Als het bewijs niet voldoende is, moet de VvE uitleggen wat de consequenties daarvan zijn voor de vordering.
Wat betreft de suppleties, vorderde de VvE betaling voor een bedrag van € 5.065,34, verdeeld over woningen en bergingen van [gedaagde]. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. De VvE had het document ‘Definitieve begroting 2023’ overgelegd, waaruit bleek dat de voorschotbijdragen met terugwerkende kracht waren verhoogd. De rechtbank achtte de documentatie voldoende om de suppletievordering toe te wijzen, ook al stelde [gedaagde] dat hij hierover niet was geïnformeerd.
Voor de service-afrekeningen was reeds een deel beslist: een bedrag van € 447,34 was al toewijsbaar geoordeeld. Een ander bedrag, € 3.442,17, werd geen onderdeel van de vordering, omdat het een teruggave betrof die werd verrekend met een betalingsachterstand.
De rechtbank concludeerde dat er nog geen definitieve beslissingen konden worden genomen over de warmtekosten. De zaak wordt aangehouden voor verdere uitlatingen door de VvE en [gedaagde] over de warmtekosten en de eventuele correctie van de voorschotten. De zaak zal verder worden behandeld op de rol van 25 februari 2026.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




