De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een beslissing genomen over geschillen binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex. De eigenaar van een appartementsrecht (hierna [verzoeker]) was het niet eens met de besluiten die tijdens een vergadering van de VvE waren genomen. Het belangrijkste punt van geschil betrof het besluit om de jaarrekening 2024 vast te stellen en het bestuur décharge te verlenen. [verzoeker] verzocht de rechtbank om dit besluit nietig te verklaren, evenals andere besluiten die tijdens dezelfde vergadering waren genomen. De rechtbank heeft uiteindelijk het besluit tot vaststelling van de jaarrekening 2024 gedeeltelijk nietig verklaard.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van [verzoeker] op 23 juni 2025. De VvE diende een verweerschrift in, gevolgd door aanvullende producties van beide partijen. De mondelinge behandeling vond plaats op 3 september 2025. Tijdens de zitting trok [verzoeker] één van haar verzoeken in, namelijk dat om een vervangende machtiging te verkrijgen voor het opzeggen van een onderhoudscontract voor de cv-/wtw-installaties.
[verzoeker] is eigenaar van een appartementsrecht in een complex beheerd door de VvE. Tijdens de eigenaarsvergadering op 23 mei 2025 werden besluiten genomen waar [verzoeker] het niet mee eens was, waaronder het besluit om de jaarrekening 2024 vast te stellen en het totale bestemmingsresultaat van 2024 toe te voegen aan de algemene reserve.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het besluit om de jaarrekening 2024 vast te stellen nietig verklaard moest worden. Dit was omdat het baten-lastenstelsel niet correct was toegepast, wat in strijd was met het reglement van de VvE. De rechtbank benadrukte dat besluiten van de VvE in overeenstemming moeten zijn met zowel de wettelijke als de statutaire bepalingen. Het besluit om het bestemmingsresultaat toe te voegen aan de algemene reserve werd ook nietig verklaard omdat het samenhing met de vastgestelde jaarrekening.
Andere verzoeken van [verzoeker], zoals het vernietigen van het besluit over de kosten van de sprinklerinstallatie en het vaststellen van versie 2 van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de sprinklerkoppen gemeenschappelijk zijn en dus de kosten voor herstel voor rekening van de VvE kwamen. Het MJOP voldeed aan de wettelijke eisen en er was onvoldoende onderbouwing van [verzoeker] dat het anders was.
Het verzoek tot schorsing van de besluiten werd afgewezen omdat [verzoeker] hier geen onderbouwing voor had gegeven. Bovendien was er geen grond voor schorsing gezien de afwijzing van haar andere verzoeken.
[verzoeker] werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de VvE omdat zij grotendeels in het ongelijk was gesteld. De rechtbank merkte op dat [verzoeker] haar bezwaren niet eerst binnen de vergadering van de VvE aan de orde had gesteld, maar direct naar de rechtbank was gegaan.
In conclusie, de rechtbank heeft het besluit om de jaarrekening 2024 vast te stellen en het samenhangende besluit over de algemene reserve nietig verklaard, maar de overige verzoeken van [verzoeker] afgewezen. [verzoeker] moet de proceskosten van de VvE betalen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




