De zaak in het kort
In deze civiele rechtszaak heeft een appartementseigenaar, aangeduid als [verzoeker], diverse verzoeken ingediend tegen de Vereniging van Eigenaars (VvE) waarbij hij behoort. De verzoeken omvatten onder andere de vernietiging van besluiten die door de VvE zijn genomen tijdens vergaderingen op 19 oktober 2024 en 16 mei 2025, en andere maatregelen omtrent het beheer en onderhoud van het appartementencomplex. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft echter alle verzoeken van [verzoeker] afgewezen, voornamelijk omdat de verzoeken te laat waren ingediend of omdat ze niet via de juiste juridische route waren aangebracht.
Het verloop van het proces en de feiten
De rechtszaak vond plaats bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant op de locatie Middelburg. [Verzoeker] had verschillende verzoeken ingediend die betrekking hadden op besluiten van de VvE en op de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden aan het appartementencomplex. Deze verzoeken werden ingediend via meerdere processtukken, waaronder een verzoekschrift van 24 december 2024, een aanvullend verzoek van 21 januari 2025, en een verder aanvullend verzoek van 15 juli 2025.
De aanleiding voor de rechtszaak was dat [verzoeker] zich niet kon vinden in de besluiten die tijdens de VvE-vergaderingen waren genomen. Hij was van mening dat de besluiten nietig verklaard moesten worden, dat er een nieuwe administrateur moest worden aangesteld, en dat er verschillende onderhoudswerkzaamheden moesten worden uitgevoerd en gefinancierd door de VvE. Ook eiste hij dat er een reservefonds zou worden ingesteld met verplichte bijdragen van de eigenaren.
Tijdens de procedure werd ook een samenhang met een andere zaak (de zogeheten ‘dagvaardingszaak’) erkend, en de kantonrechter besloot beide zaken gezamenlijk te behandelen. De mondelinge behandeling vond plaats op 19 augustus 2025.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft vastgesteld dat [verzoeker] zijn verzoeken tot vernietiging van de besluiten van de VvE te laat had ingediend. Volgens artikel 5:130 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek moet een verzoek tot vernietiging binnen één maand na kennisname worden ingediend. De verzoeken van [verzoeker] m.b.t. de besluiten van 19 oktober 2024 en 16 mei 2025 waren buiten deze termijn ingediend, waardoor hij in deze verzoeken niet-ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat [verzoeker] niet de juiste juridische weg heeft bewandeld voor zijn verzoeken omtrent het beheer en onderhoud van het appartementencomplex. De kantonrechter wees erop dat [verzoeker] eerst zijn zorgen had moeten voorleggen aan de vergadering van eigenaren, het hoogste orgaan binnen de vereniging. Omdat dit niet was gebeurd, werden deze verzoeken afgewezen.
De rechter benadrukte dat besluiten binnen een VvE democratisch worden genomen op basis van meerderheid van stemmen. [Verzoeker] moet zich hieraan conformeren, tenzij hij binnen de wettelijk vastgestelde termijn actie onderneemt om besluiten aan te vechten.
De rechtbank veroordeelde [verzoeker] tot het betalen van de proceskosten, geraamd op € 677,00. Deze kosten moeten binnen veertien dagen na aanschrijving worden voldaan, eventueel vermeerderd met kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig betaalt.
De kantonrechter adviseerde [verzoeker] en de VvE om in gesprek te gaan onder begeleiding van een onafhankelijke derde, zoals een mediator, om de langdurige problemen binnen de VvE op te lossen. De rechtbank wees op het gedeelde belang van de VvE-leden bij het onderhoud en de goede werking van het appartementsgebouw en benadrukte dat constructieve samenwerking noodzakelijk is.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



