De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een conflict tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en de CAR-verzekeraar Nationale-Nederlanden (NN) over de dekking van schade voor instorting van een achterhuis tijdens funderingswerkzaamheden. De VvE eist dat de verzekeraar dekking verleent onder de CAR-verzekering en de schade vergoedt. De rechtbank oordeelde dat er geen dekking is, omdat de aannemer niet volgens het advies van de constructeur heeft gewerkt. Hierdoor is de VvE veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE vertegenwoordigt de eigenaren van een pand bestaande uit een voor- en achterhuis, waar funderingsherstelwerkzaamheden noodzakelijk waren. Immo Onderhoud B.V. werd aangesteld om deze werkzaamheden uit te voeren. Nationale-Nederlanden was de CAR-verzekeraar van Immo. De polisvoorwaarden bepaalden dat werkzaamheden aan dragende constructies alleen gedekt zijn als ze uitgevoerd worden op basis van schriftelijk vastgelegde adviezen van een deskundige constructeur. Immo vroeg dekking aan voor de werkzaamheden en deze werd bevestigd door NN.
Immo begon met de werkzaamheden, maar op 1 mei 2021 stortte het achterhuis in tijdens graafwerkzaamheden. Vervolgens startten verschillende partijen, waaronder Adviesbureau Hagema en McLarens, een onderzoek naar de oorzaak van de instorting. NN besloot op 3 juli 2022 dat er geen dekking was onder de polis. Immo werd kort daarna failliet verklaard.
De VvE vorderde bij de rechtbank dat NN gehouden is dekking te verlenen en de schade te vergoeden volgens de polisvoorwaarden. De VvE stelde dat de werkzaamheden waren uitgevoerd volgens een schriftelijk advies van een constructeur, en dat dit advies met NN was gedeeld. NN voerde verweer dat de werkzaamheden niet conform het advies waren uitgevoerd, omdat een cruciale stabiliteitsconstructie niet tijdig was geplaatst.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank moest beslissen of er dekking bestaat onder de polisvoorwaarden van de CAR-verzekering. Het geschilpunt was of de werkzaamheden aan dragende constructies volgens het advies van de constructeur waren uitgevoerd. De rechtbank stelde vast dat de constructeur had geadviseerd eerst een tafelconstructie te plaatsen voordat graafwerkzaamheden begonnen. Immo had dit advies echter niet opgevolgd, waardoor de instorting waarschijnlijk kon plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de polisvoorwaarden vereisten dat de werkzaamheden op basis van het constructeursadvies moesten worden uitgevoerd om voor dekking in aanmerking te komen. Omdat Immo dit advies niet had gevolgd, bestond er geen dekking voor de instorting onder de polis. Het argument van de VvE dat de bevestiging van dekking door NN vertrouwen had gewekt, werd verworpen. De bevestiging betrof enkel de aanvangsdekking, met de voorwaarde dat gedurende de uitvoering aan alle polisvoorwaarden moest worden voldaan.
De rechtbank wees de vorderingen van de VvE af en veroordeelde de VvE tot betaling van de proceskosten, begroot op € 4.215,00. Dit bedrag moest binnen veertien dagen na aanschrijving worden betaald, vermeerderd met extra kosten indien niet tijdig aan de veroordeling zou worden voldaan. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee bekrachtigde de rechtbank dat de verplichtingen onder de CAR-verzekering strikt moeten worden nageleefd, en dat afwijking van constructeursadviezen kan leiden tot verlies van dekking.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




